Altijd samen

 

Jij was bij het versmelten van twee cellen

jij was alert bij dracht en navelstreng,

bij eerste ademtocht was jij aanwezig,

zolang ik weet, is leven altijd  ‘wij’.

Niets niemand in de wereld kan ons scheiden,

jouw koele sterke hand is er altijd.

Dit weten heeft me van een grote angst bevrijd:

wanneer ik sterf, breng jij me tot de grens,

zwaait me vaarwel, Dood,
groet 'n nieuw jong mens.