Zeven                                    


Gewoon wat kersen die ze bovenbracht
vol drielingschatten, kostbaar donkerrode,
waarvan het sap nog geurde in de nacht,
toen paarden kwamen die me wilden doden.

Het vuur was al gedoofd op het plafond
en in de tuin staakte het zacht vertellen,
toen in de vlier de nachtegaal begon
met zwellend du-du-duu voor mij te tellen

                    en negentig

De avond valt, het licht wordt zo gedoofd,
't is goed, wat zou ik meer nog moeten zeggen?
Mijn moeder wacht, dat heeft ze me beloofd.

Kwam er maar iemand om het album weg te leggen,
't is jammer als de kersen vlekken maken,
die paarden.... telefoon.... wat moet dat laken?