Bij de dood van een oude reus

                    Een zware dreun. De appelboom begraaft zichzelf.
                    De zon blijft schijnen, maar de vlammende trompetten
                    buigen zich neer, verhullen resten met een groen gewelf,
                    lijken daarmee het zicht op rotting te beletten. 

                    De jonge klimster hielp hem t leven wat te rekken,
                    gaf hem een jeugdig aanzien, maar zijn hart ging dood:
                    haar vrolijke oranje dekte wel zijn kale plekken,
                    zoog k de laatste sappen op toen ze hem omsloot.