Onderduiker

De kou van 't uitgedoofde vuur
doordringt mijn dunne kleren;
een angst voor iets wat komen gaat,
laat zich niet meer bezweren.

Scherp luister ik, nauw ademend,
naar stemmen uit de stilte.
Er trekt een kreunen door het huis,
't krimpt k ineen van kilte.

Zal ik in deze bangste nacht
mijn leven herbeginnen?
Door spleten tussen muur en dak
sluipt eenzaamheid naar binnen.