naar overzicht Berggeest

 

Berggeest 8 - Dromen

De vroegste dromen die ik me kan herinneren zijn nachtmerries. Letterlijk. Ik droomde over woeste paarden die om het huis liepen en door de voordeur naar binnen wilden. Ik had in mijn droom bedacht dat ik ze te slim af zou zijn door achter de deur te gaan staan en me in het zwarte gordijn met de felle strepen te draaien, want dan zagen ze me niet als ze het huis binnenstormden. Als dan de deur echt openging, gilde ik van angst en werd ik wakker. Hoe ik aan deze droom kwam? Geen flauw idee. Het was lang voor ik onder de paarden terechtkwam (Bergweg 11)

Van een andere angstdroom die over een locomotief ging, weet ik dat wel. Ik was een jaar of 5, schat ik. We woonden niet ver van het emplacement en de stoomtreinen lieten soms stoom af met zo'n doordringend fluitend gesis, dat ik telkens doodsbang naar binnen rende. Ik begreep niet wat het was. Ja, de trein, maar wat was dat geluid?
Dat kwam ik te weten toen ik met tante Cor, de schooljuffrouw, mee mocht op het schoolreisje van haar klas. De eerste klas zat op de voorste versierde platte wagen, ik werd tussen die al grote kinderen gepoot, de paarden begonnen te trekken en we reden helemaal van school N naar de speeltuin op de Parallelweg. Hooguit 500 meter weet ik nu. 
'Daar komt de trein!' werd er geroepen en alle kinderen renden naar de overweg. De bomen waren al neergelaten en we gingen op de onderste ijzeren staaf staan, want dan kon je lekker schommelen. Het duurde een tijdje voor de trein kwam, ik was al bijna vergeten waarvoor we daar stonden. Ik boog me naar voren over het hek heen en toen zag ik de locomotief als een enorm zwart beest, al sissend en stoom uitblazend op me afkomen. Het was een schok voor me. Natuurlijk wist ik hoe een trein eruitzag, mijn grootouders woonden bij het station, maar een trein was iets heel anders dan deze woeste draak!

De nachtmerrie die ik daarvan kreeg, was kort maar heftig. Ik stond op de rails en de locomotief kwam met veel geraas op me af, hij was al vlak bij......!  Gillend werd ik wakker. Die droom kwam vaak weer. Altijd hetzelfde. Mijn moeder kwam bij m'n bed en ik snikte dan: de locomotief was er weer! 
Ze vroeg altijd hoe het geweest was, hoe hij eruitzag en dan zei ze zoiets als: maar deze ken je toch? die zagen we van de week nog toen we naar Berenschot gingen. Door het als iets gewoons voor te stellen trok de droom langzaam weg en verscheen ook minder vaak en minder beangstigend.

Toen ik wat ouder was, een jaar of tien, was er de droom van het bombardement. Ik werkte in een grote fabriekshal, was een volwassen vrouw. Er was een bombardement geweest en het dak van de hal lag in stukken op de grond, tussen en over kapotte machines, omhoogstekende ijzeren spanten, en dode mensen. Ik dwaalde daar rond en zocht iemand. Einde droom. Deze droom had ik wel een keer of vijf.
De oorlog was afgelopen en natuurlijk heb ik verhalen gehoord van aanvallen op duitse fabrieken en over Nederlanders die daar gedwongen moesten werken.

De nachtmerries kwamen na die tijd nauwelijks meer voor. Het waren nu meer vervelende dingen die ik droomde, voor de klas komen voor een overhoring en de verkeerde les geleerd hebben.
Over valse beschuldigingen droomde ik ook vaak, en over de weg kwijt zijn op een station.

Als volwassene had ik een paar keer sciencefictionachtige dromen, ik schreef ze op en die duiken nog wel eens op in een verhaaltje.
Er waren ook prachtige, ontroerende dromen, waaruit ik huilend wakker werd omdat het over was.

Het is een zeer interessant fenomeen, dromen. Ik heb er veel over gelezen, maar ik ben niet veel meer te weten gekomen dan dat iedereen droomt, dat dromen kennelijk nodig zijn om je geestelijk gezond te houden, dat je vaker droomt van 'vijanden' dan van de mensen waar je van houdt, dat er weinig in kleur gedroomd wordt en andere vaagheden. Wt dromen nu precies is, hoe het komt dat huizen en straten zo echt lijken dat je ze herkent maar dat ze toch net anders zijn dan in de werkelijkheid, hoe het komt dat je van brand droomt als je diep in slaap rook ruikt, dat mensen die elkaar nooit ontmoet hebben, collega's en mijn allang overleden grootmoeder, samen bij ons voor het huis zitten, maar het is het huis van mijn kindertijd, van voor m'n 12e jaar.

Dromen en weten dat je droomt, een hele redenatie daarbij opzetten: als ik wakker word,  dn....

volgende