HOME           boven                                                                                                          

Naar Overzicht Bergvolk
IIk schrijf om me te rechtvaardigen in de ogen van het kind dat ik eens geweest ben', zei Georges Bernanos, en dat is een uitspraak die me enorm aanspreekt.
Berg-volk 1 Iemand die ik nooit vergeet

                        Mevrouw                                 

Mevrouw woonde in een grote villa naast het gewone huis van mijn grootouders. Ze was een knappe gezette dame, met een jonge uitstraling en prachtig grijs van nature krullend haar. Ze was verpleegster geweest in 'ons' Indi en had daar haar man leren kennen, een arts. Hij was nu in Nederland directeur van het ziekenhuis, maar zij werkte niet meer, ze was gewoon mevrouw. Ze had een dienstmeisje, een werkster, een tuinman, een Ierse setter, een piano, een parketvloer en een telefoon.  Dat hadden wij allemaal niet. Dat mijn moeder iets had, wat zij niet had, twee kinderen, dat besefte ik niet.

Mevrouw was gek op kinderen, en ik kreeg een groot deel van die liefde mee. Alle buurtkinderen, wel zo'n twintig tussen de 4 en de 14 jaar, kwamen wel eens bij haar thuis, maar ik kwam er elke dag. Ik ging niet naar de kleuterschool omdat ik al zo vaak ziek was en mijn moeder geen zin had om nog vaker een ziek kind thuis te krijgen. Ik was dus gewoon thuis. Bij Mevrouw meer, eigenlijk.
Als ik 's morgens bij haar kwam, mocht ik eerst in de keuken koffie malen. Thuis hadden we een muurkoffiemolen zoals iedereen had, wit met een blauwe molen erop, maar zij had een houten, die je tussen je benen moest klemmen, en die zo'n grappig laatje had met een koperen knop. De tweede keer ging het malen veel lichter als de koffie uit het laatje weer opnieuw bovenin was geschud. De koffie werd gefilterd, zij dronken gn kannetjeskoffie met prut.
Als Mevrouw en Riekje koffie dronken, kreeg ik warme chocolademelk met een ronde beschuit die ik mocht soppen. Daarna gingen we naar de grote slaapkamer boven. Mevrouw maakte zelf het bed op. Ik mocht de flesjes en potjes op de kaptafel openmaken om te ruiken, en ook de pot met de wolkige poederdons. Het was helemaal niet erg als ik wat morste.
"Ga je mee, Leidje, ik ben klaar hier". En dan kwam het. Ik mocht de olifant pakken die midden op het bed lag. Hij was half zo groot als ik en gemaakt van zachte grijze stof. Hij droeg een roodleren belletjestuig en over zijn rug hing een rood met zilver geborduurd kleed. Met de olifant voor mijn buik geklemd ging ik voor de aankleedspiegel staan...en dan....... nou niks dan, dat was het gewoon. Het ging om het ritueel.

De piano stond in de eetkamer. Toen ik een jaar of zes was, leerde Mevrouw me spelen met behulp van cijfernoten. En van de eerste liedjes die ik leerde was: Er liep door 't gehucht een wonder gerucht, 't was van een jhnge boeri-hinne... Ik snapte er niets van. maar het was zo prachtig droevig. Net zo droevig als het zingen van Mevrouw. Ze had zangles en oefende bij de piano mimimimimimiiiiiiiii.....doremifasollasido mimimimimimimimiiiii en dan steeds een stapje hoger. Ik kreeg er rillingen van. Soms kwam haar man even thuis en dan zei ze 'mannie' tegen hem. Raar. Mijn moeder zei gewoon Jan tegen mijn vader, niet 'mannie'.  Meneer heette Nanno, vertelde m'n moeder en Mevrouw zei niet mannie maar Nanni.
Ik mocht ook telefoneren. Dat mijn vader drie huizen verder op de zaak was, en dat ik gewoon met hem kon praten zonder te schreeuwen was een groot wonder. Dat ik de honden Prins, Kromo en Wolf kon horen blaffen was helemaal vreemd, de hadden toch geen telefoon!

De zitkamer die aan het terras grensde had een parketvloer en bij mooi weer gaf mevrouw daar of ook wel buiten handwerkles aan een paar oudere buurtkinderen. Ze mochten niet voor drie uur komen, want mevrouw rustte eerst. Achter in de tuin was een prieel waar je kwam via een slingerpad van flagstones. In een stenen cirkel met rondom rhodo's stond een schommelhangmat waarin ze sliep of lag te lezen. Ik mocht kijken bij het handwerkclubje. Ik heb goed opgelet, want ik kan het naaietui dat ze maakten nog precies uittekenen. Een ronde groene lap met lussen van rood band voor naaigerei en schaar, die door een rood lint rondom dichtgebonden kon worden als een buidel.

Op zomeravonden als wij kinderen buitenspeelden, kwam mevrouw vaak naar het hek met een trommel koekjes om ons te trakteren. In verband daarmee blunderde ik een keer verschrikkelijk. Op weer zo'n avond kwam ze naar buiten met een langwerpig zilveren schaaltje met blokjes chocoladereep. Het was oorlog en we kregen nooit chocola. Omdat ik de jongste was, kwam ik als laatste aan de beurt. Er lag nog precies n blokje. Terwijl ik het met links pakte, drukte ik met de rechter wijsvinger op de resterende kruimels om die op te likken. Mevrouw lachte en gaf me het schaaltje om ook het laatste ministukje op te snoepen. Toen ze naar binnen was gegaan, viel de hele troep kinderen over me heen: Zo'n onbeschoft kind hadden ze nog nooit gezien, wat moest mevrouw wel van me denken! Ik schaamde me dood.

Ze was een goedgehumeurd mens, lachte veel met ons, kon veel van ons hebben. Er kwam vaak een stel kinderen logeren uit Amsterdam,  kinderen van een bevriende arts. Ze mochten een vriendje of vriendinnetje meebrengen en al die kinderen speelden met ons mee. Ik heb haar maar n keer echt boos gezien. Twee logs, jongens van een jaar of vijftien, speelden wild bij de keukendeur die ook op het terras uitkwam. En trok zo hard hij kon van binnen aan de kruk, de ander deed hetzelfde aan de buitenkant. Ineens scheurde de bovenkant van de deur in! Nou, dat was niet best. Ze werd geweldig boos, en wij liepen maar stilletjes weg, ook wel met een schuldig gevoel omdat we ze aangemoedigd hadden. De deur werd gerepareerd, een brede ijzeren band werd er opgezet. Nog jaren een bezienswaardigheid. Weet je nog van toen Herman en Rob....?

De oude moeder van mevrouw had nog van die houten schaatsen met voorop een grote krul. Die schaatsen kreeg ik en daarop heb ik schaatsen geleerd.

 Leidje met grootmoeder en Wodan De Ierse setter was in mijn ogen een enorm groot dier. Ik weet nog dat ik hem voor het eerst durfde  te aaien. Dat heldenfeit is vereeuwigd. Met n vinger aai ik hem over z'n kop.
Ze durft! 2 jaar en 3 maanden.  Met Wodan en Klein Opoetje.

Toen ik naar de middelbare school ging werden de bezoekjes minder. Er waren zoveel nieuwe opwindende toestanden in mijn leven gekomen, dat zij naar de achtergrond schoof. Wel bleef de plek voor haar huis het verzamelpunt om samen met een heel stel naar school te lopen. Tussen de middag aten veel buitenleerlingen hun brood bij haar op. Tot ik uit huis ging, bleef ze me Leidje noemen, de enige troetelnaam die ik ooit heb gehad.

Later hoorde ik dat ze eenzaam gestorven is.  
                                                                                              leidje berg

omhoog             volgend