HOME     boven                                                                                                                                                 

Naar Overzicht Bergvolk
 
 

Berg-volk 3 Johan

'Kom je hier werken? Ja? Fijn, je lengte heb je mee. Ik ben Johan'. Die naam geeft me vertrouwen, belangrijke mannen in mijn leven heten zo en nu dus ook deze man.
De man Johan zet zwaar ademend z'n fiets in het nauwe schoolschuurtje, wurmt steunend een aftands aktentasje onder de snelbinder uit en kijkt me dan voor het eerst recht aan. 'Je bent geen beginneling. Hoe oud ben je?'
'TweeŽnveertig, maar ik ben wel een beginneling, dit wordt m'n eerste onderwijsbaan.'
Een klein lachje. Beetje spot? Goedkeuring? Deze man is oud, zeker zestig, en niet gezond. Zijn ogen staan moe en vriendelijk onder een beetje afhangende oogleden. Hij heeft nog een dikke bos haar. Als hij voor me uit naar de achteringang gaat, zie ik dat hij een beetje hoge rug heeft en sloffend loopt.
Na het voorstelrondje van de tien collega's, allemaal net zo oud of ouder dan ik, maakt Johan een plaatsje voor me vrij naast z'n stoel.
'Samen zijn we de sektie Nederlands, dus we kunnen maar beter zo snel mogelijk aan elkaar wennen. Jij gaat naar een en twee, ik doe drie en vier. Nog een paar jaar, drie om precies te zijn, en dan neem jij drie en vier'.

Hij liet me later de boeken zien die gebruikt werden, vertelde wat over het unieke stimuleringsmiddel cijfermanipulatie en daarmee was de toon gezet voor een prima samenwerking. Hij leerde me leraar te zijn in plaats van lesgeefmachine. Hij leerde me om bij alle toneelspel die bij het vak hoort, in het contact met leerlingen eerlijk te zijn. Dat lijkt in tegenspraak met dat 'manipulatie', maar toch gaat dat samen. Je kunt door niet al te rechtlijnig het werk te beoordelen schoppen uitdelen en schouderklopjes geven.

Maar zover was ik dat eerste jaar nog niet. Ik blunderde verschrikkelijk, maakte elke beginnersfout die maar gemaakt kon worden en regelmatig ging ik dan na schooltijd bij Johan uithuilen en goede raad halen.
'Kom maar eens bij me in de klas zitten', zei hij op een keer, 'dan kun je zien hoe ik het aanpak'. In de klas komen zitten? Ik had gemerkt dat het eigen klaslokaal heilige grond was voor leraren, en dan een collega jouw les laten bijwonen? De aanschouwelijke les in ontspannen voor de klas staan, leerde me in 45 minuten meer, dan een stapel theorieboeken. Hij schuifelde op grote pantoffels door het lokaal, praatte even met elke leerling apart, een grapje, een vraag, een standje soms, en elke leerling werd gekend. Hij had in nog geen tien minuten de stof uitgelegd en toen de klas aan het werk gezet. Het lokaal was net een grote huiskamer. Dat beeld werd nog versterkt toen voor Johan en mij de thee werd binnengebracht en hij een leerling aanwees om even wat te gaan halen. Die kwam terug met een paar rollen koekjes en begon uit te delen. Ze hadden dan wel geen thee, maar voor hen was het vanzelfsprekend ook even pauze. Het was een soort vaderlijkheid van Johan, en zo werd het ook opgevat. Er werd bij hem gewerkt, omdat ze niet af wilden gaan bij deze man. Hij kon namelijk ook heel raak iemand op zijn nummer zetten, niet kleinerend, maar iemand als een jongvolwassene op de eigen verantwoordelijkheid aansprekend.
Hoe geliefd hij was, bleek een maand later, toen hij begraven werd, net voor het begin van de mondelinge schoolonderzoeken.

In de overlijdensadvertentie heette hij helemaal geen Johan, Johan was zijn naam in het verzet geweest. Hij had die altijd als een erenaam gedragen. Hij had in de groep gezeten waar Gerard den Brabander ook inzat. Ik heb hem nooit over die tijd horen praten, in de acht maanden dat ik hem gekend heb. Hij was wat ik noem authentiek. Echt. Hij had iets kinderlijks, iets wat jonge kinderen ook vaak hebben, dat directe. Hij draaide nergens omheen, was duidelijk in wat hij zei, trok zich weinig aan van wat anderen van hem vonden.

Tijdens het schoolonderzoek moest ik zijn verweesde leerlingen het mondeling tentamen afnemen. Het was zwaar. Voor de leerlingen en voor mij. Ik zat met zijn agenda in de hand waar hij hun cijfers in had gezet, waar hij aantekeningen over bepaalde leerlingen bijgekrabbeld had. Ik kende die jonge mensen alleen maar van gezicht. We namen rustig een paar minuten de tijd om over Johan te praten en over waar zij bij hem goed in waren, en zo ontstond er een sfeer van 'we redden het wel samen, misschien zorgt hij er wel voor dat het goed gaat.'

Een prima leraar, een goed mens. Bedankt Johan!

               omhoog    volgende