naar overzicht Bergvolk

 

                                  
                                                 Berg-volk 8  Sokrates

Een tijdje geleden maakte ik kennis met Sokrates.  Hij klopte op het keukenraam. Terwijl ik naar de deur liep, kon ik hem bekijken, een man van middelbare leeftijd met donker haar.

Ik ging naar buiten en vroeg of ik iets voor hem kon doen. 'Ja mevrouw', en wijzend naar het naambordje op de vensterbank 'is meneer?'

Toen schoot me te binnen dat Jachman een paar dagen geleden vertelde dat er een Turk aan de deur was geweest, die gevraagd had om werk, schoenmaken of zo. Hij had zich voorgesteld en naam, adres en telefoonnummer achtergelaten, hij woonde dichtbij. Hij werd gek van het hele dagen thuiszitten. Jachman had gezegd dat hij erover na zou denken. Maar hoe kan die man nu schoenen lappen zonder machines, en trouwens, wij dragen nog nauwelijks verzoolschoenen.

Ik klets graag met vreemden, dus nu kreeg ik de kans. 'Ik ben zijn vrouw. Bent u meneer...eh...'
'Ja, Sokrates. Heeft meneer iets?'
'Nog niet, nee. Wat kunt u voor werk doen?'
'Ik kan goed schoonmaken', zei hij, met een blik op de spinnenwebben onderaan de dakgoot en de bladeren op de stoep. Toen, kijkend naar mijn handen vol verfvlekken: 'Schilderen is te moeilijk voor vrouw, ik kan'. Hij had me natuurlijk vijf minuten eerder bovenop de ladder zien staan.
Ik legde hem uit dat ik schilderwerk leuk vind om te doen en dat we niet zoveel geld hebben. Dat vond hij niet leuk, aan zijn gezicht te zien.
'Wat is uw vaderland?' vroeg ik afleidend door.
'Azerbeidzjan. Vroeger Sovjetunie. Maar ik bén Armeniër!' vervolgde hij trots. Hij woonde nu vier jaar in Nederland, had een mooi huis gekregen en zijn vrouw sprak ook al goed Nederlands.
Ik vroeg of hij kinderen had. Zijn gezicht betrok. 'Ik heb één zoon', zei hij, '29 jaar, maar hij zit in rolstoel. Hij kan niet goed horen en kijken en is verlamd.'
'Is hij ziek', vroeg ik.
Hij kreeg tranen in zijn ogen. 'Nee, soldaat geweest in Russische leger.'  Gebaar van pistool tegen zijn hoofd.
Ik heb niet gevraagd of zijn zoon misschien zelf....
'Mevrouw, ik kan niet hele dag thuis zitten, koffie drinken en televisie kijken. Ik word gek! Wilt u niet eens koffie komen drinken bij mijn vrouw? Het is toch maar vijf minuten hier vandaan. En laat u mij alstublieft werken, ik kan alles, schilderen, schoonmaken, wat u wilt.'

Zijn verhaal spookte een paar weken door mijn hoofd en ik had er nog niets mee gedaan. Het briefje met zijn adres kon ik niet terugvinden. Het was wel een maand later, dat ik in het telefoonboek nakeek waar hij woonde, belde en te horen kreeg dat het nummer buiten gebruik was. Ik ging naar hun huis. Lege kamers. Niemand kwam naar de deur toen ik aanklopte. De buren wisten ook niets, zeiden ze.
 

                   volgende