Naar overzicht Bergweg

 

                                      
                                                                  Bergweg 14 -
Eten

Als kind was voor mij eten een probleem, ik lustte bijna niks. 's Avonds in bed moest ik vaak overgeven, ik werd wakker als het al gebeurd was. Een enkele keer kon ik nog net roepen en kwam moeder met een bakje bij me. Dan hield ze m'n voorhoofd vast. Nooit heeft ze op me gemopperd, als ze weer de dekens moest wassen, in die tijd nog zonder wasmachine of centrifuge. Trillend zat ik op een stoel, terwijl ze me waste, schone lakens op bed legde, ergens een andere deken vandaan haalde, een warme kruik maakte en me weer onderstopte.
Ik was broodmager en ze was daar zeer bezorgd over. Ik m๓est altijd m'n bord leegeten, al duurde het ook een uur. Kokhalzend zat ik achter m'n eten en walgde ervan. Wat ik me nog herinner van dat eten: grijs brood met een donkere rand erin, rode koolstamppot met vette jus, pap met zemelen die ik eruit viste en in een kring op de rand van het bord legde, rode jam waarvan ik maagpijn kreeg, de lijst is lang. De dingen die ik wel lekker vond, aten we niet vaak: gebraden kip, de toen altijd zelfgemaakte tomatensoep en bruine bonen.
Toen ik naar school ging, aten we warm tussen de middag, zoals bijna iedereen in die tijd, en ik mocht niet naar school voor mijn bord leeg was. Ik ben wel te laat gekomen ook al begon de school pas om 2 uur.
Bij de grote schoonmaak werden er wel eens verdroogde resten rode koolstamppot onder het vloerkleed gevonden. Je moet toch wat!
Mijn moeder was een schat van een mens, maar hier ging absoluut iets fout in de aanpak.

 

                    volgende