naar overzicht Bergweg

 

                                                            
                                                              Bergweg 17- Duiken

We hadden een prachtig strandbad in Winterswijk en de hele zomer was ik daar te vinden, behalve in het laatste oorlogsjaar. Het lag aan onze kant van het dorp en ik liep er in een kwartier heen. Ik heb daar leren zwemmen van de oude badmeester Timp, die schuin achter ons woonde. Hij stond altijd in een smetteloos wit pak op de steiger en dirigeerde je van daaraf eerst aan de hengel in het ondiepe en als je al kon zwemmen voor de zekerheid aan de lijn in het diepe. 
Mijn zus nam me mee naar meneer Timp voor de eerste zwemles aan de hengel. Ik vond in het water spelen heerlijk, deed net of ik kon zwemmen, maar liep gewoon, en dacht dat zwemles iets heel fijns was. Nou nee, dat viel tegen. Ik kreeg de band strak om mijn middel en hoorde in het water staand meneer Timp hoog boven me roepen dat ik voorover in het water moest gaan liggen. Ik zou echt niet verdrinken.
Dat kon hij mooi zeggen, maar voorover in het water gaan liggen: nee, over mijn lijk! Hij riep dat het echt moest, want anders kon hij me niet leren zwemmen. Ik brulde terug dat ik eruit wou!! Mijn zus stond ook op de steiger en liet me gewoon verdrinken! Het werd een enorm gedrang daar boven me, want een heleboel kinderen wilden dat schreeuwende kind natuurlijk zien. Sensatie.
Het werd die dag niks met de zwemles, en ook later weigerde ik om met de hengel zwemmen te leren. Op de een of andere manier heb ik het mezelf geleerd. Diezelfde zomer mocht ik aan de lijn in het diepe en haalde de volgende zomer de twee diploma's.

Nu wilde ik nog leren duiken. Het leek zo gemakkelijk, maar bij Timp lukte het niet. Ik moest vooroverbuigen en zo in het water ploempsen. Dat was geen duiken, dat was niks. Ik zag grote jongens met een sierlijke afzet al rennend bijna horizontaal het water in schieten en dat duiken wilde ik leren. Timp zei, dat ik het eerst op zijn manier moest leren. 

's Avonds in bed dacht ik er steeds aan waarom me dat nou niet lukte. Ik stelde me voor hoe het zou voelen als je daar op de kant stond en vandaar zo plat en sierlijk in het water kon duiken. De volgende dagen keek ik heel goed als er iemand zo dook en in gedachten dook ik met hem mee. In bed kon ik bijna meevoelen hoe het ging. Die nacht droomde ik dat ik kon duiken, ik stond op de steiger en voelde wat ik moest doen.
De volgende morgen ging ik naar meneer Timp en zei: 'Ik kan duiken!' 'Prima, kind, laat het maar eens zien.' Ik dook. Zette me goed af en dook mooi strak en bijna horizontaal. Timp vroeg van wie ik het geleerd had. Van niemand, zei ik, ik had zelf bedacht en gedroomd hoe het moest.
Hij vond het maar een raar verhaal.

Veel later las ik over visualiseren en dat je op die manier iets kunt leren.

                 volgende