HOME             boven                                                                                                                                                             

Naar Overzicht Bergweg
 


                                              Berg-weg 3
Klein Opoetje en Opa

De ouders van mijn moeder woonden met hun oudste dochter, tante Cor, een paar huizen van ons vandaan. Eerst kreeg je het grote huis van oom Ernst, dan de zijstraat met midden op de brede splitsing een driehoekig plantsoentje, en dan kwam het huis van mijn grootouders. Ik kan me haar nog heel goed herinneren, opoe stierf toen ik bijna 5 was en opa 5 jaar later.
De herinnering aan mijn grootmoeder hangt vooral samen met eten. Eten, vooral warm eten was een ramp voor me, maar bij haar at ik wel. Eten bij haar was snoepen! Als ze in het schuurtje vlees braadde voor de zondag, mocht ik een stukje proeven. Na het wassen van de andijvie, wat ik mocht doen om te 'helpen', -ik moest de gesneden andijvie uit het ijskoude water vissen-, kreeg ik als beloning een eierdopje vol minichocoladeflikjes met witte stipjes. Dat is misschien wel het begin geworden van mijn chocoladeverslaving. Als de andijvie gekookt was, lustte ik wel een paar hapjes, vooral ook omdat ik er zo hard voor 'gewerkt' had. Als ik na school buiten speelde, mocht ik bij opoe een boterham komen eten. In een appelstroopblikje dat hoog op de schouw stond, zat chocoladehagelslag. Opoe had nog tot in de oorlog iets in dat blikje.

Andere herinneringen aan haar: de gouden oorbellen. Ze had gaatjes in haar oren waar het gebogen haakje doorheen gestoken werd. Daaronderaan bungelde een klein Zeeuws knopje.
Ik speelde graag bij haar, als opa op zolder aan het knutselen was. In de achterkamer mocht ik aan tafel met de 'fiesjes' spelen. Die waren wit, langwerpig, rond, driehoekig, en je kon er prachtige figuren van leggen. Het geluid, zo zacht klikkend was heel geheimzinnig. Na het spelen gingen ze weer in het door opa gemaakte kistje met het schuifdeksel.  Alleen het opstapelen was al een spel. Wanneer opoe het kistje oppakte en het in de la van het dressoir zette, was ik altijd een beetje ongerust of ze wel net zo netjes zouden blijven liggen als ik ze eringelegd had. 

        omhoog

                                                    
 

                                           Klein Opa
Misschien kan ik Klein Opa het beste beschrijven in een gedichtje en een foto. 
 

Bij een posthoorn en een kleine hamer

Mijn handen klim ik zwoegend achterna,
twee trappen ver naar opa's timmerzolder.
Daar bij de werkbank groeit een groot geheim
uit lichte tikjes en de spijkers van zijn lippen.
Aan schuine balk wiebelt de pet, knikt 'ja'.
Dat zie ik aan de posthoorn die mooi glimt
in 't spinnenlicht dat door het dakraam valt.

Dit is míjn opa, die niet grapt, niet stoeit,
maar die wel voorleest, 't liefst van Bruintje Beer,
wat telkens nieuw is, honderdduizend keer.

Een boerenjongen die niet leren mocht,
die huisknecht werd en van beschaving proefde,
voor 'n vast pensioentje lange nachten zwoegde,
in treinen post sorteerde, tegen hoofdpijn vocht.

Hij leefde pas op zolder bij z'n werkbank,
bij kasten, bedden, - dromen uit zijn hand,
maar toen hij klein werd, krompen ook de meubels
van lits-jumeaux naar poppenledikant.

't Geheim van toen, de naaidoos voor mijn moeder,
bevat die zolder, oude man, het kind,
het stoffig licht geeft daar de posthoorn goudglans
waar naaizij zich om kleine hamer windt.
                   
 

 

  kleinopa Lammert

Opa de postsorteerder met op zijn pet de posthoorn die nu in de naaidoos ligt ( foto hieronder)

 

 

moeders naaidoos

Naaidoos met hamer en posthoorn
 

omhoog             volgende