overzicht    terug    verder

 natuurlog 10  16 30 april 2007

 


Koninginnedag 30 april. Koude ochtend, 5ºC en een snel sterker wordende oostenwind. Het pad ligt bezaaid met de afgewaaide jonge uitlopers van beuken, wilgen en lindebomen. De linde aan de overkant van de weg heeft het toch nog weer gehaald. Al jaren denken we, dit is het laatste jaar, want hij komt weken later in blad dan de andere linden langs de weg, krijgt ook veel minder blad, heeft veel dode takken, ziet er zwak uit. Er is al vaak aan zijn wortels gehakt, want hij staat boven een waterleidingbuis die om de haverklap lek is, hij heeft waarschijnlijk jaren boven een lek in de gasleiding gestaan, er zit een tappunt voor de brandweer, dat geregeld gecontroleerd wordt waarbij smerig water wegstroomt over zijn voet, er is voor ons een stroomkabel ondergronds gelegd ook net bij zijn wortels, het is echt een wonder dat hij nog leeft. 

sterke linde

Na jaren zijn de margrieten nu zover uitgestoeld, dat we van een wei met margrieten kunnen spreken, nog niet van een margrietenwei, maar toch, het lijkt erop. Vorig jaar maakte ik op 29 mei een foto op dezelfde plek. Toen sappig gras, margrieten met lange stelen, nu droge dorre bergwei met bloemen op korte stelen.

margrieten29mei2006  margrieten29april2007

Zondag 29 april. Dertien kuikens zwemmen achter eend twee aan op de beek, ze worden bij het inhalen met een meewarige blik bekeken door de 8 overgebleven jonkies van eend een. Wij zijn al van 26 april!
- Als alle beukenbloemen nootjes worden, dan krijgen we een recordoogst. De vliesjes sneeuwen door de lucht, kleven aan je kleren, liggen overal in huis, waaien onder de parasol in je eten. Het is niet vies, maar het hapt en drinkt niet zo lekker. Voor de oudere lezers: denk aan de vliesjes in de havermoutpap, maar dan droger.

beukenbloemen

Vanmorgen waaide het zo hard en de grond is nu zo droog, dat de net geploegde en ingezaaide velden stoven als bij een zandstorm. Dat de zandwegen stuiven zie je vaak, maar het stuiven van de bouwlanden is meer iets voor strenge winters. Zand op het ijs.  

28 april. De klimroos in de appelboom bloeit. Ik heb het gevoel of hij een maand geleden nóg bloeide en nu ál. Dat nog zal wel overdreven zijn, maar dat in april de roos bloeit is echt wel al. Duidelijk toch?
- De campings lopen vol, voor de Duitsers is het helemaal een lang weekend met 1 mei eraan vast. Met markt en 4 dagen kermis, plus 1 mei vieringen op het Hilgelo van duitse jongeren, zal het hier toch een feest worden! Er is wel een drankverbod voor ze op het Hilgelo dinsdag. Twee of drie jaar geleden kwam de ME eraan te pas bij zo'n happening bij de Slingeplas. Leuk.
- De ree stond weer onder de eik te snoepen om 6 uur. Toen ik buiten kwam was hij helemaal achterin de wei. Ik kon hem wel goed zien, maar hij was echt te ver voor een betere foto dan eergisteren.
- Elke morgen komt het konijn de jongen zogen in het hol dat ik al liet zien. Soms ligt het zand er nog naast als ik buiten kom, dan blijft moe wachten op veilige afstand tot ik in de caravan ben en dan pas harkt ze het gat weer netjes glad dicht.

27 april. Niks ree. Niks eend met minipielendekes. Toen ik gisteren de ooievaars spotte, zag Jachman de eend onder de hulst uitkomen en met 9 jonkies de beek ingaan. Ze begonnen gelijk vliegjes te vangen en schoten als pingpongballetjes over het water. Ze zwommen gelijk een heel eind de beek op, weg van het nest. Nu zien we ze een paar dagen niet terug, maar na die tijd komt ze met de overgebleven kleintjes weer hier bivakkeren. Dat gaat elk jaar zo. Het is wel een uitzondering dat het eerste legsel uitkomt. Ik denk dat de al dichte onderbegroeiing in het bos het dit jaar veiliger heeft gemaakt voor de eend.

Dit plantje leerde ik kennen door mijn dochter, die een heerlijke soep maakte toen we in Duitsland bij haar waren. Wat maakt het zo zacht kruidig? De sla was ook al zo lekker, beetje knoflookachtig. Ze noemde het bärlauch. In mei heel algemeen in de bossen daar, omgeving Limburg a.d.Lahn. Ze had veel drooggevroren en
had voor het hele jaar genoeg. In Nederland heet het daslook. De groenteboer kende het wel, maar nam het niet in voorraad want er was geen vraag naar. De marktgroenteman kende het ook en zou, omdat hier veel Duitsers op de campings staan, een kistje meebrengen de volgende keer. Het bleken geen plantjes maar afgesneden blaadjes, ook lekker, heb ik ook drooggevroren.
Later kreeg ik van andere dochter allemaal kruiden in potjes. Ik plantte ze in een paar bakken en knipte de hele zomer. Kervel, basilikum, koreander, thijm, munt, van alles zat er bij. In de winter overleefde alleen de peterselie, vreemd, want er stond meer wintervast spul in. Drie weken geleden nieuwe aarde in de bakken gedaan en wat bleek toen ik de oude grond eruit kieperde? een kluwen regenwormen woonde er in. Zouden die alle plantenwortels verorberd hebben? De peterselie heb ik in de nieuwe aarde gezet en wat kwam er naast die peterselie op? Bärlauch, daslook. Het bloeit nu al en het smaakt hier ook zacht knoflookachtig, heerlijk in de soep en de sla! 

daslook

26 april. Ik heb heel rustig het gordijn een eindje opengeschoven vanmorgen en ja, daar zag ik de ree weer bij de eik, lekker jonge blaadjes snoepend! Met de kijker zag ik dat het een reegeit was, geen bok zoals ik gisteren even dacht. Dikke buik, opgezwollen uier. Ik heb me gauw aangekleed om buiten beter te kunnen zien.
Ik kon haar besluipen achter langs de 'berg' en zag toen, dat ze inmiddels iets verder naar achteren gelopen was. Ze keek op toen ik een foto maakte. Ze vluchtte niet weg, bleef nog wel 5 minuten grazen aan de frisse grassprietjes zonder gier in de enige wei in de omtrek die niet 'vergierd' is. Toen verdween ze achter het boomkunstwerk naar beneden, naar de lage oever en vandaar naar de achterburen, waar de koeien met kalfjes lopen. Reeën zijn daar graag, het geeft ze denk ik een veilig gevoel.
Ik ben 's morgens toch nog niet alert genoeg op de geringe lichtsterkte. Met het oog zie je alles heel goed en dan wil mijn camera toch nog graag de donkerweerstand, vergeet ik het maantje weer! Als bewijs zal ik de foto hier neer zetten, maar ik zal morgenvroeg een betere proberen te maken.

reegeit     ooievaars

Bij het boodschappendoen zag ik een kwartier lang 3 ooievaars boven het dorp steeds hoger cirkelen. Nog nooit heb ik hier ooievaars over zien vliegen. Omdat ze vrij ver uit elkaar vlogen kon ik er  maar één tegelijk redelijk scherp nemen.

25 april. Vanmorgen ben ik geschrokken van een ree en dat is me nog nooit gebeurd. Toen ik om half zeven om de hoek van de schoppe kwam, stond een grote reebok op een meter of 10 afstand mijn kant op te kijken. Hij had me al gehoord natuurlijk, want zo gauw ik buiten kom 's morgens vroeg begin ik zacht te praten, zo van : zijn jullie allemaal nou al op, fijn dat je me weer ziet he, wat kun toch jij prachtig fluiten, maak toch niet zo'n herrie, is het water koud, ja ik zie je wel achter die stam, enz. enz.
Het is maar goed dat geen mens me hoort, want die zou me op slag voor gek verklaren. Erover lezen is minder erg. Ree en ik keken elkaar een paar seconden aan, ik vergat zelfs te praten, en toen ging hij er met grote sprongen vandoor de beek over.
Het was toch al een bijzondere ochtend. Tegen zonsopkomst werden de wolken en alles op de grond oranjerose aangelicht, het licht leek wel tastbaar, vloeibaar. En dan nog die ree.... mooi begin van de dag.

24 april. Er zijn nu al twee nachtegalen, ook een aan de overkant van het Hilgelo. Toen ik enthousiast tegen een andere ochtendwandelaar zei, dat de nachtegalen er weer waren, hoor toch eens hoe mooi, reageerde hij met: 'Dat was me nog niet opgevallen.' En hij liep er recht onderdoor!  Hij had wel de koekoek gehoord, die imiteerde ook wel andere vogels. Ja, hallo, hij had de koekoeksklok horen luiden. Alleen bij de paring maken de vrouwtjes van die opgewonden eksterachtige geluiden en stotteren de mannetjes hun koekoekoeroep als ze een vrouwtje ergens opmerken, maar ze imiteren niet en zeker geen nachtegaal.
Bij de toegangsdeur naar ons terras moet je bukken om binnen te komen, de blauwe regen zakt elk uur een centimeter.

Bukken!

23 april. Vanmorgen hebben we hier ook de koekoek gehoord. Eindelijk. Half Nederland had er al een gehoord, wij niet. Maar ik heb de nachtegaal op de foto gekregen. Zonder zoom, want die vergat ik in de opwinding te gebruiken.

nachtegaal                           kalfjes met moeders

Jachman zag nog net hoe de moederkoe haar pasgeboren jong schoonlikte in de wei hierachter. Nu zijn er al 3 koeien met kalfjes. Deze foto wel met zoomlens, maar ze waren te ver weg. Als ze dichterbij zijn, willen ze niet alle zes tegelijk erop. 

Zondag 22 april. Vorig jaar hoorden we op 22 april voor het eerst de nachtegaal. Toen ik vanmorgen buiten kwam, heb ik gelijk weer geluisterd of ik hem hoorde. Niets. Wel om half zeven al 2 luchtballons, heel hoog, die bijna stilhingen. Een uur later liepen we langs het meer en hoorden het bekende dududuDUDU, toch een nachtegaal! Exakt op dezelfde dag als verleden jaar, hoe kan dat?? Hebben zij het zelfde gevoel bij de inwendige jaarklok, dan moet ik vertrekken naar het noorden en dan weer terug naar ....   als ik heb bij de inwendige dagklok, die me op de minuut af zegt, dat het zes uur is, opstaan jij!

21 april. De rhododendron bij de kamer gaat toch bloeien gelukkig. Vorig jaar was hij helemaal van slag. Na de droge zomermaanden waarin de nieuwe knoppen voor dit jaar verdroogden, begon hij na de regens van augustus in snel tempo dikke knoppen te vormen aan de onderste jongste uitlopers. In september stonden die in bloei. Verdroogde knoppen over de rest van de struik, nog geen knoppen in de onderste takken, dat wordt niks volgend jaar, dachten we. Maar in deze zachte winter vormde de hele struik weer knoppen! Die beginnen nu te bloeien.
Wat nog een prachtige bloem moet worden, groeit tussen vraat en drek.

rhododendron

20 april. Na het uitgraven van het retentiebekken en het herstellen van de oude beekloop in het begin van deze eeuw (het is de eerste keer dat ik 2000/2001 zo omschrijf) leek de naaste omgeving ervan behoorlijke schade opgelopen te hebben van de graafmachines. Er zijn toen ook bomen gekapt om bij de werkplek te komen. Het leek op kaalslag. Maar al supersnel vormde zich een struiklaag van vooral beukenopslag. Prachtig. In het vroege voorjaar stonden die kleine boompjes al eerder in blad dan de hoge beuken waar ze half onder stonden. 
Dit jaar zijn de oude beuken al groen, maar de kleintjes zijn nog maar heel voorzichtig hier en daar met een enkel takje uitgelopen. Zou de verklaring kunnen zijn, dat de oude bomen nog vocht krijgen door hun diepere wortels en dat de kleintjes, die sinds het motregentje van 22 maart geen water hebben gehad, nog maar even wachten?
De treurwilg staat met haar gezicht in de wind. Zo met wapperend haar vind ik haar 't mooist.

treurwilg

19 april. Wat nu? Wat moet ik kiezen? Alles bot en bloeit en fluit en bouwt. Dan maar iets heel anders.
Met een goede vriendin gepraat over geloof en kerkgang. Dat gesprek werkt nog na en weet heel zeker, dat ik geen kerkelijk instituut meer nodig heb om te bidden of te danken, omdat ik in elke natuurfoto mijn dankbaarheid voor de prachtige schepping uiten kan. Hoe het universum ontstaan is, of het er altijd geweest is of is geschapen vind ik een wetenschappelijke vraag en geen geloofsvraag. De ontwikkeling, de groeikracht, de niet te bevatten grootte en kleinheid, de schoonheid en de wreedheid, het leven en de dood erin, is zo ontzagwekkend, daar kan ik alleen maar een minuscuul korreltje dankbaarheid en hoop en verdriet en vrees tegenoverstellen.  Maar de dankbaarheid is het grootste korreltje.

Toch nog even zo'n kleine schoonheid laten zien, vogelmelk. De lichte sliertjes ertussendoor zijn de deze week verbrande bladeren. De plantjes houden ervan om na de bloei even ruw behandeld te worden, net als sneeuwklokjes, zo'n beetje met de schop onder de bolletjes wrikken, dat vinden ze fijn. Vroeger groeiden ze veel op de grasbermen tussen de akkers. Die grond werd ruw behandeld, de paarden draaiden daar als er geploegd werd. Bij ons staan ze net voor de schoppe, waar vaak mollen onder ze door gaan en waar de deuren nog al eens over de grond slepen bij het open en dicht doen.
vogelmelk

18 april. Jachman heeft een inventaris gemaakt van alle bomen en struiken die op ons terrein staan. Niet hoeveel er totaal staan, maar welke soorten er zijn. Ik was toch verbaasd over de hoeveelheid: 80. Met de Nederlandse naam en vaak ook al de Latijnse naam erbij zijn het drie A4 kantjes vol. Handgeschreven natuurlijk, want een pc is maar een onhandig ding.
De eerste struiken zijn in april 1971 in de grond gehakt. Met een houweel moest Jachman plantgaten hakken in de brede erftoegang die bestond uit een dikke laag vastgereden sintels. Wagens konden voor die tijd zo van de grote weg tot aan de deeldeur rijden en dat wilden wij niet. Een draad spannen was het eerste werk dat na de koop gebeurde en het tweede was groen aanpoten. Het eerste struikje is een soort sneeuwbes, maar hij bloeit vroeg en heeft kleine bleekrose tot witte bloemetjes. Ik denk dat het de goedkoopste struik was die Jachman kon vinden, want mooi is hij absoluut niet. Misschien bloeide hij toen en viel J. voor de kwetsbaarheid in dat koude voorjaar.
sneeuwbes?   bloesem van rode es 

17 april. Vijf dagen achter elkaar in april buiten eten is echt vakantie! Luierend in de halfschaduw kan ik zonder op te staan dit viooltje op de foto zetten. De bakken hebben we vrijdag weer gevuld. Ik kocht de laatste 36 viooltjes die er in Winterswijk nog waren. Kreeg de drie achterblijvende zieligerds cadeau. Vorig jaar vulden we de bakken op 22 april, violen te kust en te keur overal.
Nu kreeg ik als antwoord dat het zómergoed er immers al was! O jé! En ik zit nog in de lentegoedfase. Ja, ze waren er nog wel: in opgemaakte prullaria mandjes en bakjes, waar er drie instaan voor €9.-  Ammenooitniet. 

Nee, dan deze gratis opgemaakte donsbloem, want zo lijkt het van een afstand. Als ik dichtbij ben, zie ik pas dat het witte geen bloem is, maar dons op hazelaaropslag.  Na de foto pak ik het vast en krijg het bijna niet meer van mijn vingers. Het kleeft of haakt van de ene hand naar de andere. Waar is dat goed voor? Dat het dons niet uit het nest waait? Dat eieren en jongen niet koud worden? 

viooltje in halfschaduw    dons op hazelaar

16 april. Gisteren was het de warmste aprildag in Nederland ooit. Wij maten op twee verschillende plaatsen  29ºC in de schaduw. De grote eik staat vanmorgen voor de onderste helft in blad, het beukenhaagje stootte gistermiddag de dode bladeren af en begon de nieuwe blaadjes open te vouwen. De lelietjes-der-dalen ( prachtige ouderwetse naam, veel mooier dan lelietjes-vandalen. Ja, ik weet dat er nog een streepje bij hoort) die dus, staan al met hun opgerolde kokertjes hoog boven de grond, maar van de salomonszegel die er dicht bij staat, is nog geen spoor te zien.

Er loopt al veel vee buiten. Bij de overburen lopen al een week de melkkoeien in de wei, bij de naaste buren de schapen met lammetjes, in de wei hierachter een koe met een bijna wit kalfje en in het bos een kudde nordic walkers. Ze komen met de auto aan, trekken de speciale schoenen aan, dan de handschoenen die erbij horen, vergeten de pet niet, want zonder pet kan het niet en walken dan nordisc het bospad vol boomwortels op. Ze hebben geen Jachman bij zich die waarschuwt waar een net boven de grond afgezaagd boomstronkje geniepig afwacht.
Schadenfreude? Wat is dat?