overzicht    terug    verder   

 natuurlog 16  1-10 november 2007
 

10 november. Ik heb net even buiten gekeken naar de regenmeter. 19 mm in 24 uur. De grassen liggen tijdens een bui bijna plat terwijl ze normaal 2m hoog zijn. Ze lijken net stro, maar zijn heel buigzaam, veren zo weer op.
 dode beekarm na de storm     grassen in de storm

 Behoorlijk hoog water in de beek, zelfs de dode arm in het BŲnnink staat vol, met water en blad. Je ziet bijna geen water meer. Jammer dat hier geen vis zit, dan was het helemaal Esscher, tenminste als de vogels die nu achter me langs vliegen ook een beetje mee zouden willen werken. 'Als' en 'zouden doen', heerlijke woorden om op te fantaseren.

9 november. Een regenboog bij zonsopgang, fantastisch, er nog nooit een gezien op dat tijdstip en bijna in het noorden. De storm gaf vannacht niet veel hier.
regenboog
12 dagen geleden kregen we dit boeket. Het is nu niet fris meer, maar er valt nog geen bloemblad uit. Integendeel, er groeit een struik uit omhoog. Nou ja, een struik, drie bloemstengels dan. Ze waren eerst net zo lang als de andere bloemen, maar in die 12 dagen zijn ze er hoog bovenuit gegroeid. boeket met uitgroeisels Ik heb in het bloemenboek gezocht, maar kan niet vinden wat het is. Als iemand het weet... Zou het een vijverplant kunnen zijn?
Blad is deze dagen het onderwerp van gesprek; moeten we het opruimen of laten we het liggen tot het vanzelf weg gaat? Bij noordenwind is namelijk het blad vanuit het bos hoog over het huis heen op ons gras beland. Enig jaar hebben we wel eens 50 kruiwagens vol weggesjouwd. Vorig jaar heeft Jachman het met de grasmaaier versnipperd en het meeste laten liggen. Prima mest, het gras groeide dit jaar twee keer zo hard op die pure bladmest. Als we geluk hebben, waait het met een harde zuidenwind zo de beek in. bladbladbladenz

8 november. Vandaag is het, nee zou het, de verjaardag geweest zijn van Drika mijn grootmoeder als ze nog geleefd had. Dat klinkt natuurlijk idioot, want ze zou dan 135 geworden moeten zijn. Zolang ik me kan herinneren heb ik deze dag als iets bijzonders in gedachten gehouden. Heel lang na haar dood in 1965 rekende ik uit hoe oud ze zou zijn geworden. Tot de honderd was het reŽel om te tellen, we zijn een sterk geslacht, maar de 35 jaren daarna...we leven niet in de Kaukasus of China. Sjoemelen is er niet bij.  
                                                           
Wat dit vuur te maken heeft met mijn grootmoeder?      
                                        open haard    Een groot deel van haar leven, dertig jaar, heeft ze zo'n vuur in huis gekend. Er werd op gekookt in een grote pot die aan een getand ijzer boven het vuur hing, dus veel stamppot, soep en pap, of er werd pannekoek voor het ontbijt gebakken in een grote koekepan op een driepoot boven het vuur. Wij hebben zo'n vuur voor de lol, gewoon luxe, en ik moet er niet aan denken om op een krukje dicht bij het vuur in de pot te roeren.

7 november.
die naaldjes zijn lariksblaadjes    In het BŲnnink staan een paar lariksen. Japanse? Waarschijnlijk wel. Volgend voorjaar zal ik het blad bekijken, streepjes van onderen Europees, geen streepjes Japans.  In Nederland staan de Japanse op totaal 17.000 ha. Goed timmerhout. Deze Japanse lariks bleek hier in Nederland beter bestand tegen vocht dan de Europese lariks, die eigenlijk een berglariks is en hier veel last van kanker kreeg. Ook die Europese lariks was dus niet inheems hier. In Nederland is nog maar 1,8% van alle lariksen een Europese lariks. Wat nu de inlandse lariks genoemd wordt, is de japanse lariks of een hybride. Zeer overzichtelijk, toch?

6 november. Op de derde foto van gisteren staat opslag van de Amerikaanse eik. De puristen willen de Amerikaanse eik weg hebben. Zou het zijn omdat hij schadelijk is, omdat hij lelijk is, of om iets anders, wat niets met plantkunde of milieu te maken heeft? Omdat hij niet van hier is bijvoorbeeld. Een exoot. Zou zijn naam irritatie opwekken? Als Amerikaanse vogelkers slecht is, dan de Amerikaanse eik ook, zoiets? Of is alleen het voorvoegsel Amerikaans al genoeg om hem af te slachten?
Dit walletje is in het voorjaar geschoond. De opslag van de A.eik, al echte boompjes, werd gerooid. Nu staan er twee maal zoveel miniboompjes op de oude wortels. Dat schiet ook niet echt op.

Exoten kunnen heel schadelijk zijn. Invasieve soorten. Soorten die andere soorten verdringen. Kijk naar de lieveheersbeestjes die ontsnapt zijn uit kassen en die nu onze eigen kleine rood-met-zwarte-stippen-lieveheersbeestjes verdringen. Kijk naar de konijnen die ingevoerd zijn in AustraliŽ. Maar wat is er mis met de A. eik? 
Van welke datum af komt een soort hier van nature voor? Hoever ga je terug in de tijd om dat te bepalen? Kap dan ook maar gelijk alle beuken om.

Ik heb gezocht op internet en vond vooral veel A.eikenjacht in BelgiŽ. Daar worden in de bossen rigoureus de A.eiken gekapt, vergiftigd en geringd. Waarom? Ze verzuren door hun dikke bladeren de grond, zodat onder A.eiken alleen nog opslag van A.eiken groeit. (Onder beuken groeit alleen beukenopslag)
Tegelijkertijd worden in diezelfde bossen jonge A.eikjes aangepoot(!) voor de reeŽn. Die lusten graag de jonge scheuten en blijven dan van andere bomen en struiken af.
In Nederland laten ze de grote bomen staan, maar kappen ze opslag, zodat er geen nieuwe bomen meer bijkomen. Een beter systeem. 

Inheemse bomen zijn die soorten die na de ijstijd hier spontaan gegroeid zijn en zich hier handhaven. Er zijn sinds 10.000 jaar al heel wat soorten opgekomen en verdwenen. Ik vind dat we niet zo spastisch moeten doen over de A.eik. Het zal ook wel weer een kwestie van geld en werk zijn. Geld, omdat hout van de inlandse eik beter te verwerken is en duurder is. Geld en werk, omdat door veranderde inzichten minder opgeruimd werd/wordt in de bossen en de bosbeheerders nu een mogelijkheid zien om meer subsidie los te peuteren om met meer mensen deze Plaag te bestrijden.  

5 november. Dit weekend hebben we genoten van uitbundige herfstkleuren. Het zijn de obligate plaatjes, maar toch is dit jaargetijde voor mij steeds weer opnieuw nieuw.
Bonnink     Hilgelo     en nog meer blad
Vanmorgen wandelden we een uur later dan anders. Normaal lopen we zo tussen half acht en half negen. We zien dan een paar mensen die voor het werk hun hond uitlaten, meestal op de fiets. We kennen elkaar en de honden.
Nu waren we er om half tien en zagen een totaal onbekend stel mensen. Ook heel andere honden, groepjes nordic walkers, een stel mensen van een sportschool die oefeningen deden op het strand, het was gewoon druk!
Morgen gaan we weer lekker vroeg.

3 november. Vannacht om 3 uur was het 14 gr. Net zomer. Vandaag valt al het blad van de es, het gaat aan ťťn stuk door. Vanavond is hij kaal.
De eik verkleurt in 2 etappes. Het St. Jansschot is nog geelgroen terwijl het andere blad al bruin is.
Er zijn na de myxomatose nog 3 puberkonijnen over. Ze maken van het hele terrein gebruik nu ze nergens weggejaagd worden door een oude zeurram. Alle holen zijn voor hen! Ze rennen achter elkaar aan of er iets mee te verdienen valt. Zal ook wel.
Geen tijd om buiten rond te kijken, want de logees staan zo voor de deur. Boodschappen doen dus.
St.Jansschot

2 november. De es is nu weer vuurrood. De pracht duurt maar even, soms hooguit een week en dan ligt in ťťn dag al het blad op de grond. Vorig jaar was dat op 15 november. Toch wel handig om nu in een eigen archief te kunnen kijken.
Vanmorgen maakte ik een foto van de struik met het lichtrad naast het Hilgelo, zie 30 oktober, maar nu zonder speciale belichting. Er was geen zon zoals dinsdagmorgen. Nu loop je er langs en ziet niks bijzonders. 
 es bij de schoppe     struik van lichtrad

1 november. Vroeger had iedereen een heg, nou ja, bijna iedereen, bijna iedereen die een tuin had. Een heg was van liguster. Als het geen ligusterheg was, was het een haag. Dure mensen hadden een beukenhaag, vaak 2m hoog, en boerenmensen hadden een meidoornhaag. Overzichtelijk allemaal. Wij hadden in Groenlo een heg. Een modale heg. Die moest voor eind juni geknipt zijn, want dan kwam de gemeenteopzichter langs. Het moest geen rommeltje worden in onze nieuwbouwbuurt jaren '50.
Dat was een heel karwei, 6 m heg knippen. We hadden geen tuinervaring. Jachman had een tante Dien, die thuis de tuin onderhield en wij hadden Gerritsen. Op 29 juni 's avonds om 9 uur waren we dus aan het zwoegen. Het was lang licht gelukkig.
We wisten niet dat liguster behalve veel onderhoud vragend, ook mooi was. We zagen wel eens een paar witte bloempjes uitsteken, maar die werden snel gekopt, vanwege dat 'geen rommeltje'.
Nu hebben we op de berg een paar schitterende struiken staan, het restant van een geruimde heg. Gewone liguster. Ze mogen nu groeien, bloeien en bes dragen en zijn ongelooflijk veel mooier dan die armetierige blokjes gesnoeide heg. Wel een rommeltje. Een zootje, zeg maar.
liguster