overzicht   terug    verder

     natuurlog 20     11 - 21 december 2007
 
 

21 december. Een sprookjeswereld. Geen verhaal, alleen een paar plaatjes van vanmorgen half negen. De eerste geflitst, de rest gewoon. Enne.... het is 's avonds al een minuut langer licht, ongeveer!

rijp op naalden   rijp en ruiterpad   rijp, oostkant 

 rijpbloemen  mistig Hilgelo

20 december. Echte temperatuur -4ºC , gevoelstemperatuur -8 º vanmorgen. 93% relatieve vochtigheid. Beetje oostenwind, koud!! Aan de oostkant van bos en huis is alles wit van de rijp, aan de westkant niets. Bij de buren staat de auto ook buiten: dak en alle ramen dik bevroren, maar mijn auto is helder blauw en doorzichtig. Ja, even een beetje uitwijden over de winter, met al die opwarmverhalen is dit misschien wel de laatste rijp die we zien. 

In het dorp heb ik gisteren een paar foto's gemaakt van de Scholtenbrug, de wei midden in het dorp, op 100 meter van de Grote kerk. De Slinge, een beek die dwars door het dorp stroomt maar bijna helemaal via duikers, loopt hier wwer bovengronds en in de lengte door dit stille dromerige gebied. Maar er komt verandering! TATA!! Onze vroede vaderen hebben met grote dank het geschenk van de 100-jarige muziekvereniging aanvaard en nu zal hier een monsterachtig grote muziekkoepel komen te staan, ergens. Waar precies is nog niet uitgemaakt, maar waar je ook staat in de wei, een oud dorpsgezicht wordt er door verpest. En weer een leuke hangplek erbij.  De bezwaarprocedures lopen nog, maar ik vrees dat er iets naars gebeurt. De foto's maakte ik met de rug naar de kerk gekeerd. Van de andere kant zal ik er ook nog een paar maken. Als het niet te koud is!
Scholtenbrug, oude boomgaard, wei, beek, brug      idem, iets meer naar links. Het witte gebouwtje is het baarhuisje op het Oude kerkhof.

19 december. Jachman heeft weer een voedertafel geknutseld, rank design dit maal, uiterst decoratief, onze clientèle vliegt erop af. Het voer is niet aan te slepen. De netjes waren erg in trek, maar de zonnebloempitten op tafel nog veel meer. Die kun je hamsteren! Dat doen dan ook de meesachtigen. Daarmee gaan ze door tot alles op is. In het begin gaat dat vliegensvlug. Pit pakken, naar eik vliegen, pit in spleet, terug, pit pakken enz.
Maar na een paar minuten meldt zich VINK. Die gaat pontificaal midden op tafel zitten eten. Hij wriemelt met zijn onder-en bovensnavel heen en weer tot het bastje van de pit valt. Volgende pit. Nee, eerst iedereen wegjagen die er ook bij wil. Hij rent van links naar rechts om elke mees weg te jagen. Dan komt er voor hem niks van eten, dus als hij even weer een pit pakt, is achter zijn rug een mees vlug ook aan het fourageren. VINK schiet erop af. Dat gaat zo minuten lang door. 
(foto's vanachter het raam genomen, maar je krijgt wel een indruk):
  jij durft!     wegwezen, jij!     mooi, alles het miene!                                                    

18 december. Hoe zou het komen dat ik zo van klimop hou? Er is eigenlijk weinig aan te zien wat ik echt boeiend of mooi vind. De seizoenen zie je er nauwelijks aan af, ja de bloemen in de herfst en de winterbessen, maar verder is hij eigenlijk altijd hetzelfde.
De eerste stek brachten we mee uit Groenlo, waar Jachman er één een jaar daarvoor uit het bos gehaald had, en die pootten we bij de stenen toegangspaal van wasserij 't Waliën. Er was toen nauwelijks klimop te vinden in de buurt. Het zal wel als schadelijk beschouwd zijn en daarom uitgeroeid.
Die eerste plant had het moeilijk, maar na een paar jaar was hij opgerukt naar de beuk, en kon omhoog. Het andere deel van de plant kroop over de grond verder en bedekte na een jaar of tien de plek onder de beuk. Er kwamen besjes, vogels die ze verspreidden en onder de essen, acacia's en eiken sloegen ze op en klommen omhoog. Nu groeien ze ook tegen de muur, maar als ze bij de dakrand zijn, trekt Jachman zijn mes en kortwiekt ze. Ook bij de beuk mag hij niet te hoog doorgroeien. Maar verder? Er waren bijna geen zangvogels toen we hier kwamen wonen, want als er geen dichte struiken, geen oud hout, geen bladerdek op de grond is, dan nestelen ze er niet.
Nu denk ik aan de afhangende slingers als groene sluiers. Als er goed licht op valt, maak ik een foto om dat te laten zien.
gordijn in de schaduw     hol in de zon

17 december. Wakker geworden door een schreeuwend uiltje, dat wel op zolder leek te zitten. Een paar dagen geleden vloog er één heel dicht langs de gevel, net toen Jachman nog in het schemerdonker de gordijnen opendeed. We zagen ze een paar maanden bijna niet meer dichtbij huis, hoorden wel bosuilen in het bos, maar de steenuiltjes leken verder weg te zitten. Ze zijn er dus nog wel, gelukkig.
Nu het water is gezakt kun je goed zien hoe snel een meander ontstaat. De kracht van het water maakt dat de grond wegspoelt en dat zelfs de boomwortels de grond niet vast kunnen houden. Op de tweede foto een overzicht. Vijf jaar geleden stroomde de beek recht van achteren, waar nu nog een dood stuk te zien is, naar je toe. Toen is de beek verlegd en met enorme slingeringen, om het water langer in het bos te houden, stroomt hij op dit punt van rechts, haaks op de oude oever af. Daar is een enorm gat ontstaan. Aan de andere oever groeit een mooi wit strand aan.
meander, het begin     meander, overzicht

Zondag 16 december. Net om vier uur kon ik een V kranen horen, die hoog, west om Winterswijk heenvloog. De zon stond al heel laag en scheen mooi op de vogels.  Gelukkig had ik, zoals meestal, mijn camera op zak. Genieten weer!
kraanvogels, de vorst is ingevallen, weg wezen! 59?

Het valt me op dat ik nog nooit iets over reigers gezegd heb, terwijl we die hier behoorlijk vaak in de wei en in de beek zien. Ik heb niks met reigers. Is niet erg. Ze hebben ook niks met mij. Zo gauw ze denken dat ik ze gezien heb, vliegen ze weg.
In de wei vangen ze mollen, dat denken we tenminste, maar in al die jaren heb ik nog maar één keer een reiger een mol/molletje zien opschrokken. Lijkt me ook niet zo lekker met die graafschoppen. Een muis zullen ze ook niet gauw vangen, dan moeten die wel heel stom zijn. Ze prikken ook niet in de grond op zoek naar wormen, nee, ze staan daar maar doodstil te staan. Rare beesten.
Er waadt er ook telkens één door de beek. Best knap want de stroming is behoorlijk sterk. Vorige week toen het water begon te stijgen bij die hevige regen, stond het tot aan zijn borst en nog kon hij lopen!  Als hij bij laag water om de bocht van de beek op ons toe komt schrijden, is het best een aardig gezicht, net een aartsbisschop die de kathedraal binnenwaadt, de ogen zedig neergeslagen, wat is er te vangen vandaag?

Vanmorgen stond er een te vissen in de beek waar ons pad langsvoerde. Langsvoerde, mooi ouderwets. Wie gebruikt dat woord nog? Je wordt er om uitgelachen. Hoor ik al wat?
Hij vloog telkens uit het water op en ging een eind verder weer staan, tot wij er aan kwamen en dan vloog hij weer een stuk verder, vier keer. Wat een energie kost dat opstijgen en vliegen voor dat grote dier, daar moet hij weer een hele tijd voor vissen. Waarom is hij zo bang? Ik heb wel eens foto's gezien van een reiger die bij een hengelaar bleef staan wachten op een ondermaats visje. Ook langs de snelweg staan ze gewoon in de berm, vlak naast langsrazende auto's. Kun je nagaan hoe angstaanjagend wij eruit zien.

15 december. De vogels weten het nog van vorig jaar, ze zijn weer op hun bekende stek: de netjes, de korfjes, de vetbolletjes en de grond eronder. Voor ieder wat wils. De echte voedertafel staat nog niet, 't is nog geen winter. We zien geregeld de bonte specht, boomklever, kool-, pimpel-, zwartkop-, staartmees, allemaal bij de hangafdeling, en heggemus, vink, merel, ekster, roodborst, winterkoning eronder. Dat loont. Er is ook nog genoeg in de natuur te vinden, we zouden eigenlijk nog niet hoeven voeren, maar het is zo'n leuk gezicht. Van dichtbij foto's maken lukt bijna niet, de beestjes zijn behoorlijk schuw.
Ze laten de gewone pelpinda's in de steek als Jachman  er een nieuw schoon vol rood netje met reeds gepelde bij komt hangen. We keken dat vanmorgen eens aan en dat ontlokte J. de opmerking: We zullen de netjes eens een beetje hoger hangen!!
Ik weet niet of dat een bekende uitdrukking is, maar in ons gezin wel. De grootmoeder van J. kwam uit Groenlo en daar zeiden ze, als een kind verwend zei iets niet te lusten: Dan zu'w de broodkorjes eens 'n betjen hoger leggen.
Deze pimpelmees dacht echter, je kan me wat, en bleef gewoon doorwerken.
dappere pimpelmees

14 december. Deze dagen zijn de donkerste van het jaar en de heilige die vereerd werd/wordt is Lucia, op 13 december. Het kan nu alleen maar lichter worden, de zonnewende is op komst, en daarom werd/wordt ze met licht geassocieerd. Twee kennissen zijn jarig die genoemd zijn naar licht, Lucy en Wendy. Ze zijn beiden op de 11e jarig, iets te vroeg voor de namen.
Mijn vader was wel op de 13e jarig, maar heette gewoon Jan, wel met de prachtige tweede naam Engelbertus. Rechtgeaarde vrijzinnig protestanten noemden hun zoon toch niet Luciën naar een roomse heilige! 

Vanmorgen zat de hondeman weer met zijn hond te oefenen, hij zit dan op het betonnen bankje in het bos en de hond moet apporteren. Het is een jonge herderbastaard van een half jaar en vindt niks leuker dan hard blaffend achter de buit aan te rennen en de dode bal weer terug te brengen. Baas en wij wisselen meestal een paar woorden en vorige week opperde ik dat zo'n betonnen bankje toch wel koud was. Neu, dat vond hij niet zo, viel hard mee. Vanmorgen zei hij dat wij toch ook wel vaak liepen. Toen ik antwoordde dat we dat praktisch elke morgen deden, kwam hij: zo lang mogelijk volhouden, maar!
Dat had ie nou niet moeten zeggen, zien we er zo oud uit?

Jachman is al drie dagen bezig de elzen af te zetten. Ze staan langs de zandweg en zijn in 35 jaar zo groot geworden dat ze er overheen hangen. Het levert behoorlijk wat brandhout op, voor over drie jaar. Ze groeien schuin naar het licht en dat is de wegkant. Bij omzagen willen ze dus op de weg vallen en dat wil Jachman niet, dan gaat de afrastering kapot en moet hij te gehaast werken om de weg weer schoon te krijgen.
Hij zaagt ze nu in, zodat ze met een flinke duw op het laatste moment evenwijdig met de afrastering vallen, mooi erbinnen. Bij de kleinere gaat dat wel, maar de grootste moeten verspannen worden met een kabel om een andere boom heen. Omdat ik bijgelovig ben, ga ik maar niet kijken als hij bezig is. Pas als er een stel liggen, ga ik de kaalslag bewonderen.

13 december. Een grijze morgen. Zelfs deze vroege vogel had moeite haar bed uit te komen. Het was al over achten toen we eindelijk gingen wandelen!  Het rioolontstoppingsbedrijf pompte al met een tankwagen water uit de Ratumse Beek, niet zo goed vind ik, maar toen we terugkwamen, schepte een slootschoonmaakmachine van de gemeente alle rotzooi uit de sloot langs ons bosje op een vrachtwagen, wel heel goed. Het zijn het stuk langs de zandweg en een korter stuk langs de grote weg. Ik had het een paar maand geleden ook gedaan, maar alleen de losse spullen, nu ging ook alle modder en bladertroep mee. Toen ze er een paar jaar geleden mee begonnen, gooiden ze alles wat eruitkwam in het bosje. (Ha, na drie kwartier schaften, gaan ze verder, even foto maken.)
 sloot schoonmaken

Jachman vond dat wel zo smerig dat hij die lui dringend verzocht de troep mee te nemen. Nou, dat was wel heel moeilijk, maar ze deden het toch. En nu nog steeds. Alleen is een keer per jaar schoonmaken te weinig.

12 december. De kraanvogeltrek komt op gang, Jachman die overdag veel buiten is, zag er de afgelopen dagen zo'n 50 als het bewolkt was, tot wel 150 gistermiddag bij bijna noordenwind en een heldere hemel. Tussen 11 en 2 uur komen ze vaak over. Ik hoorde ze gisternacht trouwens ook roepen.  Het hoge geluid van de jonge vogels is heel doordringend.
kraanvogels bezig te formeren
De beloofde vorst en heldere nacht bleven uit. Gisteravond wel de autoruiten afgedekt, want toen was er al een heel flonkerendheldere hemel, maar het trok snel dicht.
Twee hazen zaten net in de wei, het is meer dan een jaar geleden dat we er twee bijelkaar zagen. De grootste gedroeg zich of hij een makelaar was: flink rechtop wees hij om zich heen, zijn lepels zo hoog mogelijk, kijk mevrouwtje, dit is nu echt een terreintje voor u. Ik zal u eens even dat plekje onder de eik laten zien. Ja, het is nog niet helemaal bouwrijp, de vorige bewoning heeft er een rommeltje van gangen en gaten achtergelaten, maar dat plebs is naar andere oorden vertrokken en komt gegarandeerd niet terug. Stelt u zich eens voor dat hier van het voorjaar de grond, nadat de boer die daar voor het raam staat te kijken, hem weer mooi geëgaliseerd heeft, weer vol narcissen en ander lekkers staat, zou u daar niet een mooi kuiltje tussen willen hebben dan?
Ach, u houdt niet van boeren met een verrekijker? Dan laat ik u met liefde een spannend geheim plekje zien....   enz. enz. Ze huppelen naar de achterste border, hij voorop en telkens omkijkend of ze wel volgt.

11 december. Nu het vaak zo donker en somber is, speur ik graag naar kleine tekenen van voorjaar. Zoals bij de kersenboom bijvoorbeeld. Die is al druk bezig aan de oogst voor volgend jaar. De knoppen zijn al dikker dan een maand geleden.
kersenboom in knop
De vogelmelk bij de schoppedeuren komt al op, net als de crocussen (met kaas) naast de rododendron (zonder ha), volgens de spellingcontrole. Spellingcontrole (zonder accent circonflexe). Die crocussen blijf ik echt met c's schrijven. Het ziet er dom uit: krokussen. Wat voor kussen? Een krokussen? Hoe kussen wij? Wij kussen kro. Word ik hier nu treurig of vrolijk van? Heb ik zo lang op school gezeten om al die moeilijke woorden die je moest kennen nu weer te moeten vergeten?