logoverzicht   terug   verder

   log 22    20 tm 30   oktober                                  
 

20 oktober. Vroeger toen ik nog bij de padvinderij was, liepen we met de kabouters en later bij de grote padvindsters hele einden om bij een stuk hei te komen waar we gingen seinen of spoorzoeken. Het heette Het Rommelgebergte. Onderweg zongen we van die fraaie liedjes als :
          Ik heb een ptje met vet, al op de tfel gezet,
          een potje potje potje potje vt, al op de tafel gezet.
          Dit was het eerste couplet, nu volgt het twde couplet.
          Ik heb enz. 
Dat ging over een potje zoals je begrijpt. Ook het potje met pieren, het potje voetbal, het potje koffie en het potje vechten zijn bekende begrippen.
De radionieuwsdienst had het gisteren ook over een potje. ING-bank, de Nederlandse Bank en de regering overleggen al de hele dag over de financile injectie die ING eventueel kan krijgen uit het potje van 20 miljard euro. Dat woord potje in dit verband schoot me in het verkeerde keelgat.
Als je het over 20 miljoen euro hebt, dan denk je, ach dat is ruwweg 1 euro per Nederlander. Daar komen we wel overheen, maar 20 miljard!  Dat is 1000 euro belasting voor elke Nederlander. Is dat een potje?? Schande om er zo over te praten!
Jullie maken er een potje van nieuwsdienst. 't Is geen vetpot.

21 oktober. Van zo'n ochtendsfeer hou ik toch zo verschrikkelijk veel. De lucht begint in het oosten al op te lichten en er is al activiteit te zien van vliegtuigen. Je hoort ze niet of nauwelijks, zo hoog zitten ze. Aan de grond is het nog rustig, maar de eenden in het water maken al (of nog) een behoorlijk lawaai. Op het fietspad in de verte verplaatsen zich lichtjes, want de scholen zijn weer begonnen. De visser uit Recklinghausen staat er ook weer; het zijn allemaal zulke vertrouwde en kalme dingen, dat je bijna de toestand in de wereld vergeet.
ochtend bij het Hilgelo
Vanmorgen hoosde het, de foto is van gisteren.

Toen we net door het dorp reden, viel het ons weer op, dat daar de vuurdoorns bij de huizen en in het park nog vol met bessen zitten. Bij ons zijn ze al weken volkomen kaalgevreten. Zo gaat het hier met de lijsterbessen, de vlierbessen, de klimopbessen, de rozebottels en wat er nog meer te snaaien valt. Er zijn wel veel vogels hier, maar in het dorp ook. Komen hier misschien meer trekvogels dan in de bebouwde kom? Worden in het dorp de vogels nu al bijgevoerd en hebben ze liever aardappelresten dan bessen?
Over bijvoeren gesproken: Vorige week stond er een stukje in de krant over een hertenweitje waar mensen maaltijdresten over het hek kieperden. De beheerder noemde o.a. bakken met bami/nasi en vleesresten. En dat voor dieren die uitlopers van bomen en struiken, gras en eikels eten.   

22 oktober. De eekhoorns hebben toch nog een partijtje walnoten voor ons overgelaten. Erg bedankt, jongens! We hadden er al haast niet meer op gerekend. Nu weet ik immers ook hoe we ze moeten bewaren.   Dat is gewoon  een kwestie van 'leren van je fouten' geweest.
Jaar 1. Noten niet drogen, maar ze in een sloop ergens neerleggen. Ze schimmelen.
Jaar 2. Noten drogen in de vensterbanken. Die aan de zuidkant zijn mwah, te eten, die aan de westkant smaken muf. Vieze vensterbanken, geen gezicht. Ik heb liever bloeiende planten.
Jaar 3 tm 15. Laat ze alsjeblieft voor de eekhoorns liggen. We kopen Californische.
Jaar 16. Toch eigenlijk jammer als je zelf noten hebt. We doen het anders. Noten voordrogen in de heteluchtoven. Gaat prima, de damp stijgt op. Alleen zijn de noten gaar geworden, bij het opwarmen ging het iets te hard.
Jaar 17. Noten een dag in de oven drogen op 50C. Noten zijn ingedroogd.
Jaar 18. Oven op allerlaagste stand voorverwarmen, minder dan 50C, dan de noten een halve dag op roosters laten drogen. Dit gaat prima!! We doen ze bij kleine porties in lege sinaasappelnetjes die we op een onopvallende plek tussen kast en muur in de kamer hangen. We schudden de zakjes zo nu en dan door elkaar. En nu is de kwaliteit behoorlijk goed.
Gewoon: al doende leert men. Wil je een zakje? Geen enkele moeite hoor!
deel van de notenoogst

23 oktober. De fysiotherapie geeft aanleiding tot een aardige ontmoeting. In de gang kom ik een oude vriendin van onze jongste dochter tegen, die daar fysiotherapeut is.  Ze herkent mij wel, maar ik haar nauwelijks. Ze is grijzer dan ik, dat is een schok. Drie weken geleden zag ik haar namelijk ook en toen had ze nog heel donker haar en was ze een stuk kleiner. Ze had me toen alleen maar vriendelijk toegelachen. Nu riep ze vrolijk: Wat leuk, de moeder van Carla! Ik zei, dat ik het ook fijn vond haar weer te zien. Er zijn echt geen twee vrouwen met dezelfde naam.  De donkere moet een ander geweest zijn. 35 Jaar is ook een hele tijd. Ik ben niet erg goed in gezichten.

Thuis vertelde ik over het verschil in behandelruimte tussen deze praktijk en de vorige waar we 'klant' waren. Hier zijn kamers met deuren, maar de aankleding is sober, daar waren hokjes met gordijnen ervoor, maar de behandelbanken waren royaler.
Jachman vertelde, dat de 'baas' van de vorige praktijk langs de hokjes liep en de medewerkers controleerde. Op een keer hoorde Jachman hem roepen: 'Wim, denk je eraan meneer Jachman straks een compliment te geven voor zijn mooie sportbroek?'
Jachman moest nog naar de oefenzaal en had zoals de week ervoor als sportbroek zijn zwembroek bij zich die zeker 20 jaar in mode achterliep.

Vorst aan de grond. Terwijl we liepen zagen we om 8 uur het gras van bermen en wei bevriezen. Thuis was goed de cirkel onbevroren gras onder de eik te zien.
vorstvrije cirkel onder de eik

24 oktober. Een spectaculair morgenrood vanmorgen. Om stil van te worden. Even dan.
   In de wei voor boerderij Bnnink
De vogeltrek komt op gang. We zien groepen kleine vogeltjes, die niet te determineren zijn door ons. We zien ze vooral vanuit de kamer en moeten dan tegen de zon inkijken. Alle vogeltjes zijn zwart en vliegen vooral vrij laag, op boomhoogte. Van bos naar border naar ander bosje en zo zuidwaarts. In de bomen van 't Bnnink slapen ook vaak kleine trekkers. Ze zijn 's morgens in de schemering druk aan het kwetteren en fourageren voor ze op weg gaan.
De staartmezen blijven dichtbij 's winters. Misschien zijn die van ons wel naar het zuiden getrokken en zijn dit noordelijke vogels. Net als de merels en roodborsten die hier 's winters zijn.
Ik las dat als je 's winters vogels bij je huis wilt zien, je al in de herfst moet beginnen met voeren. We hebben het toen wel eens gedaan, maar ontdekten, dat pas beginnen met voeren bij sneeuw en vorst meer dan genoeg vogels aantrekt.

Ik schreef al eens over zwammen die op beschadigde bomen groeien en de dood van die boom veroorzaken. De beschadigingen ontstaan vaak laag boven de grond bij het maaien van bermen, waarbij iemand met een bosmaaier rond de boom maait, voordat de zitmaaier de rest komt maaien.
De stam van klimop wordt vaak met een kettingzaag doorgezaagd, waarbij dikwijls de stam van de boom beschadigd wordt.

In het laatste bericht van de PAN die hier overal onderhoud verricht, pleit de cordinator Jan Stronks ervoor de klimop zoveel mogelijk ongemoeid te laten. Een man naar mijn hart!
Klimop in een gezonde eik geeft misschien juist bescherming tegen de eikenprocessierups. Door de begroeiing blijft de stam droger en krijgen ook schimmels geen of minder kans.
Jan denkt dat het traditie is hier om de klimop door te zagen.
Ik denk dat hij daarin gelijk heeft. Vroeger ging echter het doorzagen van klimop met een handzaag en die was beter te controleren dan een kettingzaag.

25 oktober.  Hoe is het met het zien van kleur? Als ik zeg dat die berk een witte stam heeft, dan vindt een ander dat te simpel, die stam is nu vanmorgen zacht geelwit maar vanavond zal hij bij ondergaande zon zalmrose zijn. Als het morgen zwaarbewolkt is, lijkt hij wit. Een kwestie van lichtweerkaatsing. Zien trouwens alle mensen de kleuren hetzelfde? (afgezien van kleurenblindheid) Ziet iedereen de kleur van die berk met al zijn nuances precies hetzelfde? Hoe zou je dat te weten kunnen komen?
Dat verschil in 'kleur zien' was heel duidelijk bij Who's afraid of Red Yellow and Blue van Newman, dat bijna effenrode schilderij. Er waren mensen die bij het origineel duizelig werden als ze er op een afstand van een meter of 5 naar keken, maar die daar na de 'restauratie' niets van merkten.

Bij geluid horen, heb je duidelijke verschillen. Sommige mensen hebben een absoluut gehoor. Anderen hebben dat niet, maar ze kunnen wel boventonen onderscheiden, terwijl weer anderen vooral het ritme horen, merken of iets vals klinkt, enz. 
Ik bedoel niet of je iets mooi vindt om te zien,  maar of objectief te meten is of mensen wel of niet hetzelfde zien.

Zondag 26 oktober. Einde zomertijd. Gelukkig hebben we nu weer 'gewoon' tijd. Gelderlander en Telegraaf hebben het over wintertijd maar de Volkskrant noemt het correct einde zomertijd. Het is ook iets bedachts, die zomertijd. In 1916 in Engeland als   Daylight Saving Time ingevoerd.
Ik heb het natuurlijk ook gewoon over zomer-en wintertijd, wel zo makkelijk. Hier staat voor Nederland een tijdtabel.

Aanvankelijk gold het in Nederland trouwens niet algemeen, die zomertijd. De grote steden hadden eerder zomertijd dan het platteland. Aanvankelijk had elke plaats zo ongeveer zijn eigen juiste tijd, te zien op de torenklok. Waar treinen liepen, moest natuurlijk een dienstregeling komen met een uniforme tijd. Langs de spoorlijnen kwamen telegraafpalen en op de stations grote klokken. Vanuit Amsterdam werd de juiste tijd doorgegeven. De stationsklokken gaven in het begin vaak een andere tijd aan dan de torenklok.

Vanmorgen liepen we bij glorentijd. Hoge rose bewolking en daaronder voortjagende grijsblauwe slierten. Niemand gezien, alleen een paar tentjes van nachtvissers. Drie kwartier gelopen en toch waren we al om half acht weer thuis. Morgen eindigt bij ons de zomertijd pas.

27 oktober. Al om 7 uur een ontmoeting bij het Hilgelo, man met hond die altijd al terugkomt lopen als wij gaan. Nu vertelde hij, dat hij een zoon had die naar hij meende les kreeg van een schoonzoon van ons, in Doetinchem. Bij verder doorpraten bleek dat de jongen tegen de leraar gezegd had dat hij uit Winterswijk kwam en daar en daar woonde. De leraar had gezegd dat zijn schoonouders daar vlakbij woonden, aan de weg bij de beek. 't Verhaal klopt precies, onze schoonzoon geeft op meer plaatsen in Twente en de Achterhoek les.
De man die het vertelde, keek er heel vrolijk bij, dus de lessen aan zijn zoon zullen wel goed gaan!
Wat ook goed gaat hier is de konijnenstand. Het schijnt met konijnen die verderop in het veld wonen minder te gaan vanwege de vossen en de jagers. Maar de vossen wagen zich, denken we, niet zo dicht bij de bebouwing, de jagers hebben hier geen jachtterrein en nu passen de konijnen zich aan en wonen dicht bij de mensen.
Ze houden ook nog eens van kort gemaaid gras en van zand voor holen.  Wij voldoen aan al hun voorwaarden en zitten kennelijk in hun bestand. Net zaten er verdorie al vijf te donderjagen op nog geen 20 meter van het raam. Het is geen net gezinnetje, nee, het zijn van die jongvolwassen feestvierders. Ga een endje verderop bozzen!

28 oktober. De Aceraceae, zo heet tegenwoordig de familie Esdoorn, is een grote familie met wel honderd soorten. In het boek van Colin Tudge 'Het verborgen leven van bomen' levensloop, functie en betekenis, 520 pagina's,  Uitgeverij Het Spectrum, 2006, ISBN 90 274 8468 6, zocht ik naar die doorns, omdat ik die zelfs bij de oude Harwig niet vond. Ik ken wel 10 soorten esdoorns, maar niet een ervan heeft doorns. Terwijl ik aan het zoeken was, vond ik wel algemene informatie over doorns, in het hoofdstuk Het sociale leven van bomen, maar niets over de naam esdoorn.
Elk jaar verbaas ik me in de herfst over de rode esdoorn bij de schoppe. Hij wordt nu nog feller rood. Mijn oog ziet het rood donkerder dan de camera, die de glinsteringen als bijna wit weergeeft.
begin van de fall

Tudge legt in duidelijke taal uit hoe het rood verkleuren in de herfst werkt. Voor de rode kleur in planten zorgt een flavonode met de naam anthocyanine. Het wordt niet zomaar gemaakt, want het is chemisch gezien 'duur' voor de boom. Waarom wordt het in de tropen aangemaakt in vooral jonge scheuten, maar in gematigde streken in afstervend blad. Wat is het nut? Wat is de overeenkomst?
Wij en ook bomen moeten suikers verbranden met behulp van zuurstof om onszelf van energie te voorzien. Maar zuurstof is zo effectief bij de verbranding van suikers, dat het als het ware niet onder controle te houden is en vrije radicalen gaat produceren die schadelijk zijn voor het DNA. Mensen kunnen die vrije radicalen in de hand proberen te houden door zich uit te rusten met antioxydanten, zoals de vitamines C en E.     Planten die rood kleuren doen het met behulp van verschillende enzymen en fenolen, waarvan anthocyanine er een is.
Bomen zijn zeer kwetsbaar voor een aanval van vrije radicalen als ze onder stress staan.
In de tropen zijn jonge scheuten in de top van een boom, onder een felle zon en soms met watergebrek, zeer kwetsbaar. Een extra dosis anthocyanine biedt bescherming. Maar waarom worden dan in gematigde streken bladeren rood die toch al aan het afsterven zijn? Ook die bomen zijn kwetsbaar door stress. Voordat de bladeren afvallen moeten herbruikbare stoffen zoals chlorofyl eruit en in de stam opgeslagen worden voor nieuwe bladeren volgend jaar. Dit afbraakproces zorgt voor stress. Voor het werk klaar is, kan een aanval van vrije radicalen plaatsvinden, wat gestopt kan worden door extra anthocyanine aan te maken, die de zuurstof onder controle houdt en ervoor zorgt dat de afbraak van chlorofyl verder goed verloopt.
Waarom worden niet alle bomen rood?
Niet elke boomsoort maakt gebruik van dezelfde strategien om te overleven. Sommige gaan liever gedeeltelijk dood,  want ze maken in het voorjaar gemakkelijk nieuwe uitlopers aan. 

Zulke boeken lees ik graag, ook al onthou ik tegenwoordig niet veel van wat ik interessant vind. 'k Ben benieuwd of ik morgen nog weet hoe die rode stof heet!

        29 oktober. In de dode beekarm staat weer een laagje water. In en op het water drijven veel bladeren en takken, waar een reiger langzaam en zoekend naar iets eetbaars tussendoor waadt. Hij vliegt verontwaardigd op als wij er ook even willen kijken. Het loopspoor door de beek blijft achter. 
waadspoor van reiger

          Jo bracht eergisteren de bloembollen voor het goede doel die we besteld hadden en gisteren zette Jachman zijn portie, 60 narcissen, in de grond. Ik wil mijn deel, de mininarcisjes, sneeuwklokjes en scilla's  helemaal achterin de achterste border poten, zodat we ze alleen maar zien als we het pad langs de wei lopen. In het voorjaar doen we dat sowieso vaker dan nu, omdat er elke dag iets nieuws te zien is. Het moet eerst wel even goed regenen, want de grond is daar nog tamelijk droog. Gisteren geen drup meegehad van al het slechte weer.
         
30 oktober. Hilgelo oeverversterking
De afgelopen dagen zagen we een ploeg mensen bezig de oever van het Hilgelo te versterken met paaltjes en matten. De meerkoeten weten nog niet of ze het leuk moeten vinden of niet. Er zwom er n vanmorgen slalommend tussen de paaltjes door, die vond het kennelijk leuk. Een paar anderen kwekten op een afstand; met hun kont naar de krib gekeerd zou je haast zeggen. Vinden dat gedoe niet leuk.
De struikenwal is voor een groot deel gesneuveld, maar loopt volgend jaar wel weer uit. Hoop ik.
De zon scheen zo vroeg al fel in het bos. Dit lichtpatroon leek wel een kerkraam.
Twee boeken via Bol.com verkocht. Tempo ligt niet echt hoog, 2 in 2 weken, ik wacht nog maar even met er meer op te zetten. De kasten moeten een beetje leger worden. Er liggen bijna meer boeken dwars op andere dan er op de planken staan. Exemplaren die ik niet meer lees en er nog goed uitzien, gaan weg.

31 oktober. Bij de Boekgrrls kwam een gedicht van Levi Weemoedt vol galgenhumor voorbij. Ik vond het echt wel leuk, een gedicht op de manier van de opgewekte radio-ochtendgymnastiek maar dan nu n over avondgymnastiek met zwaarmoedige gedachten, dat met de strop eindigt.
Het slot:
'Draai om en doe dit nog een keer.
Dit was het dan, tot volgend maal maar weer!'  Leuk.

Maar waarom rol ik bijna van mijn stoel van het lachen om het superkorte eigenlijk niets  zeggende gedichtje van Weemoedt:
In mei

In mei
bak ik
iedere
mor-
gen
'n
ei

Mijn verklaring
1. In mei legt elk vogeltje een ei
2. De vorm: Het ei valt uit het vogeltje
3. De vorm: Het ei wordt in het midden doorgeslagen op de rand van de pan en een sliertje lekt na.
4. het ei is dan na het bakken 'in mij'
5. Vooral het beeld van een opgewekt ei leggend vogeltje, dat vergeefs bezig is omdat de dichter het eitje onmiddellijk bakt.

Nu ik deze uitleg nalees, begrijp ik, dat ik waarschijnlijk de enige ben die dit gedichtje leuk vindt. 

Morgen begin ik met pagina log 23, waarin de dagelijkse logjes boven de voorgaande komen te staan. Kijken hoe dat bevalt.