Naar het Overzicht van Schrijven

 


 Schrijven 17 Het geheim van de reiziger
 

                                                             Ontwaakt

Hij werd wakker door het schudden en klapperen van zijn tentje. Gelukkig zat er een vast grondzeil in, het zou dus niet  zo gauw in de lucht vliegen. Hij gniffelde om die gedachte: met drie kerels in een 鳬npersoonstentje slapen, alleen van de stank bleef het al stijf staan!
Een nieuwe stormvlaag drukte het tentdoek bijna tegen zijn gezicht aan voelde hij. Zijn fiets kletterde om.  Dat was niet best. Hij moest toch even naar buiten voelde hij, dan kon hij gelijk kijken of er niks kapot was gegaan. Voorzichtig wurmde hij zich uit z地 slaapzak, pakte de knijpkat, kroop over de voeten van de Indiaan en schoof naar buiten.
Net als de voorgaande nachten, werd hij overweldigd door de helderheid van de sterrenhemel. Duidelijk kon hij de contouren van de Andestoppen ertegen zien afsteken. De maan was al onder.
Terwijl hij urineerde, bedacht hij, dat dit het mooiste was wat hij had leren kennen hier, de nog niet aangetaste  aarde. Er was nergens elektrisch licht te zien, geen straatverlichting, geen schijnwerpers op grote industrieterreinen en nergens felle lampen zoals thuis bij de boerderijen in de Achterhoek waar zijn ouders woonden. Eigenlijk was het enige stuk moderne techniek in misschien wel 100 kilometer zijn camera. En die gebruikte hij nog weinig ook. Liever keek hij direct en scherp naar de hellingen van de bergen. Zo kon hij de vorm van de aardlagen, de stortingen en oude ontsluitingen als beelden opslaan in zijn hoofd. Ook de enorme vogels die gisteren vanuit het dal diep beneden hem naar boven cirkelden, de voortglijdende wolkenschaduwen over de hoogvlakten, de schaarse planten en de weinige dieren, van al die waarnemingen wilde hij de beelden bewust in zich opnemen, en dat lukte niet als hij zijn aandacht erop moest richten via een lens.
Hij rilde in de kille wind.

Z地 fiets leek gelukkig nog heel, als het licht werd zou hij hem eens goed nakijken, de storm luwde iets en hij kroop weer naar binnen. Even later lag hij weer stijf tussen de twee Indianen, die hij gisteren achterop gefietst was. Ze hadden over het stoffig stenige pad een eindje voor hem uit gelopen, gehuld in hun dekens. Het was al bijna avond en hij wou net z地 tent ergens opzetten. In z地 beste Spaans had hij gevraagd of ze nog ver moesten. Nee, ze zochten een beschutte plek om te slapen. Hij had ze uitgenodigd om samen in z地 tentje te slapen. Als ze alleen maar hun deken hadden om zich in te rollen zou het misschien groot genoeg zijn.
In ruil voor de geboden beschutting deelden ze hun maskoeken met hem. Zelf had hij nog wat mat in z地 thermosfles. Het was nog best gezellig geworden zo. Gezellig! Hij grinnikte een beetje, dat zei zijn moeder ook altijd, maar dan had ze iets anders in gedachten dan thee drinken met twee Indianen op een kale hoogvlakte.  

Als zijn vader hem zo eens kon zien liggen! Dit leven was wel zo anders dan dat waarin hij zijn doctoraalscriptie voorbereidde op zijn kamer bij mevrouw De Roos.
Weer moest hij denken aan die dag iets meer dan een maand geleden nu, waarop hij rigoureus al z地 spullen had weggedaan, z地 boeken en dictaten, z地 dia痴 en overbodige kleren. Daarna had hij het laatste geld van zijn bankrekening gehaald. Het was precies genoeg geweest voor het vliegticket naar Chili. Zijn opluchting om het definitieve weggaan was zo groot geweest, dat hij op de stoep van het reisbureau de tranen in zijn ogen had gevoeld.

In de afscheidsbrief had hij geschreven dat hij met Kerstmis niet thuis zou komen, dat hij wegging, dat hij z地 eindscriptie niet in zou leveren, dat hij niet afstudeerde, geen kantoorbaan wilde en dat hij wou uitproberen of hij zich zonder geld in de wereld thuis zou voelen en op eigen benen zou kunnen staan. Toen was hij op Schiphol in het vliegtuig gestapt. Zijn fiets ging mee.  

Sinds die dag was hij baas over elke minuut van zijn leven, hij durfde te vertrouwen op zijn improvisatietalent en z地 vermogen om met heel verschillende mensen om te gaan in totaal andere omstandigheden dan in Nederland. Dat was hem in de vakanties altijd heel mooi gelukt. Hij wist dat hij het kon. Hij voelde de breuk met het verleden als een bevrijding, maar het was ook zoiets als ontwaken uit een lange slaap.
Eigenlijk was hij nu een zwerver, een dakloze, bedacht hij, maar deze maand had hij zich toch maar prima gered in zijn zelfgekozen armoebestaan. Hij wilde van west naar oost door Zuid-Amerika fietsen en onderweg de kost verdienen met werken op hacinda痴.
Twee dagen geleden had hij een lift gekregen in de laadbak van een gammel vrachtwagentje, hij had de chauffeur die een Duitse grootmoeder bleek te hebben, een paar woorden Duits geleerd en een schuine mop, en in ruil daarvoor had hij 痴 nachts in de cabine mogen slapen. Ook had hij van die man geleerd hoe je kon herkennen waar water in de grond zat, en later had hij zelf water gevonden 駭 nog brandhout, zodat hij thee kon zetten. Rijk voelde hij zich. Zo beleefde hij meer, leefde hij intenser, dan in de vijfentwintig jaar die achter hem lagen. Ja, hij had een gevoel of hij vijfentwintig jaar geslapen had en nu klaarwakker was.
Hij zuchtte diep.
Toen hij al half sliep, voelde hij dat een van de Indianen in z地 slaap vertrouwelijk een arm om hem heensloeg.