HOME                   boven                                                                                                                                            

Naar Overzicht Schrijven
 

 
                                                      Schrijven 9 Bredevoort                                        

Sinds de Middeleeuwen werd er ook in deze streek officieel Recht gesproken. Karel de Grote had tijdens zijn regering, rond 800, weliswaar Franken op grafelijke leengoederen gezet, maar hier in dit Saksische land werden de oude Saksische gebruiken veelal gehandhaafd. Iedereen moest meebetalen aan de kosten voor het onderhoud van wegen en bruggen, afwatering, aanplant en onderhoud van bossen, en er moest ook zelf aan meegewerkt worden. De samenwerking verliep niet altijd vlekkeloos, logisch, het gevolg was een rechtszaak. Moord en doodslag, diefstal en brandstichting, hekserij en andere zaken kwamen natuurlijk ook voor de rechtbank. Tijdens Karels regering schijnt die instelling behoorlijk gefunctioneerd te hebben, maar na zijn dood verliep de zaak en werd de rechtspraak een kwestie van willekeur.

De bewoners kregen te maken met het Vrij- of Veemgericht. Dit was zeer gevreesd. Het had zich ontwikkeld uit het bovengenoemde Frankische systeem van Graven. Die waren buitengewoon machtig. In de omgeving van Bredevoort heerste een Bocholts geslacht en dat had het vrijgraafschappelijk recht om een Vrijgericht te houden, de ‘Vrijstoel’.
Tussen Aalten en Bredevoort op de havezate Walfort bevond zich een stuk land, dat de Sleehegge genoemd werd, naar de heg van sleedoorns. Daar zetelde de Vrijstoel.
Naar oud heidens gebruik werden de zittingen in de openlucht, bij klimmende zon, viermaal in het jaar gehouden. Men werd voor het Veemgericht gedaagd als men verdacht werd van heiligschennis, geloofsafval, meineed, valsheid in geschrifte, mishandeling, moord en doodslag.
De dagvaarding, 'indaging', werd met een speciale dolk aan de deurstijl van de verdachte vastgestoken en wie dat moest doen, moest als bewijs een paar houtspaanders van de deurpost mee terugbrengen. De gedaagde had er alle belang bij de indaging te verhinderen; het was dus een gevaarlijke opdracht, die daarom meestal 's nachts werd uitgevoerd. Verscheen na drie keer gedaagd te zijn de beschuldigde niet voor de vrijstoel, dan werd hij schuldig bevonden en was 'vogelvrij'. Drie veemschepenen (niemand wist wie dat waren), moesten de doodstraf voltrekken.
De gevonniste werd dan gevonden met een wilgenstrop om zijn nek en een dolk in de borst. Verscheen de beschuldigde wél, en kon hij zijn onschuld bewijzen, dan werd de aanklager veroordeeld. De veemschepenen maakten gebruik van geheime tekens en woorden, zodat ze elkaar konden herkennen, en daardoor werd alles voor gewone mensen nog geheimzinniger en schrikwekkender.
Tot aan de Napoleontische tijd (1811) hebben zich nog vrijgraven kunnen handhaven, maar de vrijstoel op de 'sleehegge' was al voor het jaar 1500 opgeheven.

Deze gegevens heb ik gevonden in:
Stegeman, Het oude Kerspel Winterswijk, 1927.

                                                                *****            


Het boek dat ik in Bredevoort kocht, heet 'Zevenentwintig Stokpaarden Van Den Heer Johan Willem Frederik Werumeus Buning'. Het verscheen in 1951 bij Ad. Donker te Rotterdam ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van deze - volgens de flaptekst - epicurist, journalist, kok, causeur, dichter, vertaler en nog veel meer.

Een samenvatting van de inleiding:
Werumeus Buning schreef op een zeer zorgvuldige manier. In zijn gedichten ging hij niet op zijn hurken zitten om door iedereen begrepen te worden, zoals in die tijd tussen de wereldoorlogen veel gedaan werd door bij voorbeeld C.S. Adema van Scheltema en de cabaretzangers van de kunst met een kleine k. Het Volk zou het anders eens niet kunnen begrijpen!
Werumeus Buning was echter van mening, dat iemand die in staat blijkt een spoorkaartje te kopen, ook in staat is, de aangrijpende schoonheid van een weiland met koeien op zich te laten inwerken. Hij schreef buitengewoon serieuze opstellen over luchtige zaken als dansen en eten,  omdat hij het belangrijk vond, dat wanneer iets waard was gedaan te worden, het dan ook zo goed mogelijk gedaan moest worden.

Ik zal uit een paar opstellen iets citeren. Bij de dood van de danseres Anna Pawlowa geeft hij een beschouwing over wat voor soort danseres zij was. Hij vergelijkt haar met de ook bekende danseres Argentina. Allebei zijn ze tot grote hoogten gestegen: 'Nochtans is het onderscheid duidelijk voor ieder, Pawlowa danste onsterflijke seconden, Argentina danst sterfelijke minuten en op het uurwerk der muzen en der mensen tellen deze seconden méér, omdat ze seconden der eeuwigheid zijn’. (1944)

In het 'Stierengevecht, een tragedie', legt hij uit wat voor de Spanjaard het gevecht in de arena betekent. Het is toch anders dan ik altijd dacht, namelijk dat de razend gemaakte stier afgeslacht werd onder luid gejuich van de toeschouwers. Nee, het is een echte tragedie, een spel met de dood in vijf bedrijven. Met strenge regels.

1. Capas, het spel der mantels.
2. Picadores, het razend maken van de stier,
3. Banderillas, één mens, nog niet de matador, staat alleen tegenover de stier, en duwt de       versierde stokken met weerhaken in diens nek.
4. Espada en
5. La Muerte.
De matador staat met de espada, de lange scherpe degen, verborgen onder de mantel. Het gevecht begint. Een dans met als onzichtbare derde de dood. Na een lijf aan lijfstrijd beëindigt de matador door één snelle rake stoot tussen de nekwervels het leven van de stier. Dit kunnen echter alleen de beste matadores. De mindere goden steken soms drie of vier keer voor de stier dood is en dan wordt het een slachting. In tien bladzijden probeert de schrijver het karakter van de Spanjaard te beschrijven aan de hand van de onderdelen van een stierengevecht. Leerzaam.

De symbolische betekenis van dit gevecht heeft te maken met aantrekken en afstoten, en uiteindelijk met onderwerping; het eeuwige spel tussen man en vrouw. Wie is wie in het stierengevecht? ‘Wees gewaarschuwd: niemand heeft nog ooit uitgemaakt wat en wie het mannelijk en het vrouwelijk element is, in het stierengevecht...’
En zo ziet de schrijver ‘Het waarachtige einde van die gunsteling en dictator van het publiek, de matador… Na voor het laatst door een uitzinnige menigte op de schouders gedragen te zijn, -als een kleurige mestkever, buit van duizenden zwarte mieren-, komt hij weer tevoorschijn. Nooit zal ik de minachting op zijn gezicht vergeten, toen hij, zich afstoffend van de omhelzingen der populaire gunst, door de smalle houten deur van de omheining in de duisternis verdween, recht tegenover de deur waaruit de stieren tevoorschijn renden. '

De zevenentwintig stokpaarden gaan onder andere over politiek, koken, wijn, zeevaart en liefde, en het boek bevat verder door hem vertaalde ‘coplas’ en een paar eigen gedichten. De taal doet wat ouderwets maar zeer verzorgd aan. Hardop gelezen klinkt die prachtig. Kortom, voor mij is het een boek om telkens even in te kijken, ervan te genieten of er iets wetenswaardigs uit op te diepen.

omhoog