Overzicht Reizen

Turkije 1986

 

Zondag 30 maart, Istanbul, 21.00 uur, vertrekhal Domestic Flights.  Vanmiddag zijn we met een half uur vertraging van Schiphol vertrokken en we kwamen drie kwartier te laat in Istanbul aan. De vlucht ging goed, al werden we behoorlijk door elkaar geschud door het turbulente wolkengedoe beneden ons. Heel Europa lag onder één wolkendeken. Uitchecken en daarna met een bus naar een ander deel van het vliegveld om weer in te checken. Hier dus. We zien in de gauwigheid meer soldaten dan in een jaar in Nederland. Controle is net als in Nederland heel secuur. We zijn al 2x gevisiteerd.
Bij het uitchecken net precies stond een Sonaragent klaar om ons te wijzen waar de bus stond. Aangezien we nog geen TL´s hebben en wel dorst, heeft Anton bij de biljettenverkoop wat Marken gewisseld tegen een prima koers. De eerste bestelling Iki portakal suyu verliep vlekkeloos, Bravo!
We vonden de sfeer bij Turkish Airlines erg plezierig. Op Schiphol waren de passagiers 50/50 Turken/vakantiegangers. Alle kinderen mochten als eerste aan boord om een raamplaatsje te zoeken. Wij praatten met een spraakzame aardige Turk uit Niğde, die voor 2 maanden naar huis ging. Adres gekregen voor als we in de buurt kwamen.

In Antalya staat iemand bij de uitgang met een groot bord ´Berg Holland´, het is onze eerste reisbureaureis en we zijn stomverbaasd. Hij brengt ons met een taxi 20 km verder naar Hotel Lara. We zijn er om precies 24.00 uur. We zijn de enige nieuwkomers, maar ze staan ons met 3 man achter de balie op te wachten. Anton wil nog graag sinaasappelsap. Hij moet er 20 minuten op wachten, want de sinaasappels moeten ergens gekocht worden- midden in de nacht!
Bij het geluid van de waterval die vlak naast onze kamer zo´n 35 meter dieper in zee stort, vallen we in slaap.

Maandag 31 maart. Schitterend weer, het zal vandaag 25°C worden. Om 9 uur ontbijten we op het terras, bijna recht boven zee. Het uitzicht over de baai op de 3000m hoge met sneeuw bedekte bergen is schitterend.  We eten brood met honing, olijven, tomaten, komkommer en brokkelige jonge kaas. Met natuurlijk
çay! Na het ontbijt lopen we de 150 treden af naar zee. Het water lijkt te koud om te zwemmen, maar we gaan lekker in de zon zitten. Een Duits echtpaar met 2 zoontjes komt even praten, ze komen uit de buurt van Frankfurt. Ik vertel dat een dochter van ons in Limburg woont en dat haar man daar ook werkt. Ik vertel waar. In Blumenroth? Ze kijken elkaar aan en beginnen te lachen. Haar ouders wonen daar en zij wonen 4 km verder.
Ze heten Müller, van Möbel-Müller, so ein Zufall!  Dochter kocht daar haar keuken.

Met de bus naar Antalya. Bij de bushalte een 'gesprek' met vijf oude mannetjes, keurig in het pak, maar armoedig gekleed. We hebben geen bilet voor de bus en in de bus kun je geen kaartjes kopen. Een man is zo vriendelijk ons 2 kaartjes te verkopen. Allemaal zijn ze vriendelijk, absoluut geen irritatie om ons onbenul.
We zwerven 7 uur rond in de stad  en vereren twee theetuinen langdurig met een bezoek. Krijgen çay uit een samovar, thee-extract aangelengd met heet water, wel 6 glaasjes voor elk, 300TL, voor f 1,20 totaal.
De schoenpoetser komt vragen of hij onze schoenen mag poetsen. Hij haalt de schoenen op, geeft een paar slippers om die zolang aan te trekken en gaat 100 m verder op z'n bak zitten poetsen. Een mand vol schoenen.
Het VVV-kantoor in deze theetuin is nog niet geopend en een handige man zegt, dat hij ons wel inlichtingen kan geven. Hij heeft een dolmuş en kan een mooie tocht aanbevelen voor zo en zoveel. We houden de boot af. Maar goed ook, want bij een officieel reisbureau kost dezelfde tocht de helft.

Op zoek naar het hoofdpostkantoor komen we eerst bij twee hulppostkantoren. In één ervan likt een juffrouw postzegels, heel langzaam, voor een hele stapel brieven. Ze is heel lief, tekent voor ons een plattegrond met de weg naar het hoofdkantoor. De afstand kruising/PTT is alleen 10 keer zo groot en ze vergeet 4 zijstraten, maar we komen er.
lief zo'n plattegrondje
Het hoofdkantoor wordt bewaakt door een militair met revolver. Alle officiële gebouwen en banken zijn zo bewaakt.

Op de terugweg stopt de dolmuş en het blijkt dat we moeten overstappen. Een ingewikkeld verhaal zo met handen en voeten waar we niet veel van begrijpen.
'Kan ik helpen?' klinkt het dan van de achterbank: een Turk die 11 jaar in Nederland heeft gewoond en een meisje heeft uit Maastricht. Hij nodigt ons gelijk uit om met hen çay te gaan drinken in een kahve als we tijd hebben.
Hij betaalt de dolmuş! Spreekt Nederlands, Duits, Engels en wat Frans, is dus geknipt voor zijn baan, chef van de boys in een hotel. Zijn meisje werkt in een boutique. Ze nodigen ons uit in hun nieuwe huis -woensdag gaan ze verhuizen- en als ze kunnen, zullen ze een afspraak bij Lara afgeven. We zijn benieuwd.
Diner in het hotel, om half 11 doodmoe naar bed.

Dinsdag 1 april. Om 9 uur met een taxi naar de stad gereden. In de dolmuş die we gisteren bij een reisburau bestelden om een tocht te maken, zitten de twee anderen, een Duitse en een Franse dame al te wachten. We gaan een tocht maken naar Alanya, maar rijden eerst naar Aspendos, een schitterend bewaard gebleven theater. Tegen de buitenkant klimmen jongens omhoog om zilveren munten te verkopen, écht antiek, jaja. Nu en dan regent het een beetje. Later schijnt de zon weer.
Onze gids is een beschaafde jonge man, Saban A....., een jaar of 30, die vloeiend Duits spreekt en veel van de geschiedenis weet en erover vertelt met veel sprekende details. 
De chauffeur is 20 jaar en ziet eruit als een Hun.
In Aspendos kijken we ook nog rond in een gloednieuw paviljoen, waar producten uit de streek verkocht worden, vooral tapijten. Er zijn zijden tapijten die alleen door jonge meisjes tussen 12 en 17 jaar geknoopt kunnen worden, omdat zij nog heel dunne vingers en goede ogen hebben. We zien een kleedje met 1.000.000 knopen per m˛, tafelkleedjesformaat, ongelooflijk om daar een patroon in te maken. Veel uitleg over materialen en motieven. Als je daar een tapijt koopt, betaalt de Turkse regering de verzendkosten en de invoerbelasting. Alles ter stimulering van de export. Je hoeft alleen een aanbetaling te doen en je kleed wordt thuisbezorgd door de Duitse importeur.

De weg naar Alanya lijkt hele stukken precies op Agde-Sčte. Bij Alanya is in 1948 toevallig een grot ontdekt bij de aanleg van een weg. Het is er constant 23°C bij een relatieve vochtigheid van 98%. Er kuren daar astmapatiënten. Ze zitten gedurende drie weken vier uur per dag in die halfdonkere vochtige grot en zijn genezen.

Bij een souvenirwinkel vraagt een jongeman of ik binnen wil kijken.
Ik zeg: 'Nee, want ik koop nu niets.' 
Hij: 'U bent gierig.'
Ik: 'Koop jij dan iets in elke winkel waar je langskomt?'
Hij: 'Nein, manchmal' soms.
Ik: 'Ben jij dan ook gierig?'
Hij: 'Nee.'
Toch namen we vriendelijk afscheid van elkaar, nadat hij me zijn winkel heeft laten zien en ik gezegd heb, dat ik de volgende keer wel wat zal kopen.

Op de terugweg gaan we naar de Manavgat Şelasi, Manavgatwatervallen. Na de brede en lage waterval stroomt het water in tientallen stroompjes door een park. Mooi aangelegd.
Als de zon ondergaat zijn we in Perge, een enorme stad vroeger. De toegangspoorten en de zuilengangen zijn goed te herkennen. Een herderin weidt de koeien tussen de antieke baden en winkeltjes, geiten lopen over schitterende mozaiekvloeren, een vervreemdend effect. We dwalen lang rond. Şaban vertelt weer veel over de geschiedenis van wat we zien. We maken foto's, kikkers kwaken in waterbekkens, duizenden kikkervisjes zwemmen in plassen, schapen blaten. Turkije.

We zijn net op tijd terug voor het diner om acht uur. Rijst in wingerdbladeren, vismousse, kip, groenten. Een heerlijke Yakut erbij, de duurste wijn die ze hebben, f 7,00. Bakhlava toe, in honing gedrenkt bladerdeeg, en koffie. Ik wil nog kaarten schrijven, maar val in slaap.

Woensdag 2 april. Anton heeft een zware hoofdpijnaanval, maar wil het toch eerst proberen zonder pil. Weer buiten op het terras ontbeten. Zomer. Naast het hotel wordt flink gebouwd, huizen en hotels. Na het ontbijt luieren we een beetje bij het zwembad onder een parasol, daarna gaan we de trappen af naar zee en zwemmen daar heerlijk. 't water is 20°C, dus net zo warm als vaak 's zomers in Agde.
Om 1 uur gaan we met de bus naar Antalya, we hebben inmiddels kaartjes gekocht. We hebben ons taalgidsje bij de hand en kunnen bij de bushalte een beetje praten met een vrouw in wijde pofbroek en hoofddoek. Ze heeft een mond vol gouden tanden. In Turkije komen we heel makkelijk met mensen in gesprek. Reizen met openbaar vervoer helpt ook. We gaan op zoek naar een bank. Buiten op straat treffen we Şaban en twee Duitse dames die twee reisgenoten zoeken voor een tocht naar Phaselis en Kemer. We laten ons snel overhalen en hebben een prachtige middag. We zwemmen naakt in één van de twee natuurlijke havens van het oude Phaselis. Voor Şaban de eerste keer. Voor ons al 26 jaar heel gewoon.
De opgravingen zijn nog lang niet voltooid en liggen in een lieflijk bosrijk gebied. Overal staan wilde lupinen en sterremuur, het gras is nog frisgroen. 

In Kemer. Een teleurstelling. Vroeger lag hier een oud vissersplaatsje, maar nu zien we alleen een jachthaven, flats en hotels. Ik vraag waar het plaatsje ligt. Weg. Afgebroken.
Şaban blijft met een eenzame Duitse dame achter en wij gaan met de andere met de Hun Cem Bay terug naar Antalya. Aangezien de wegen niet druk zijn, snijden Turken de bochten af, ook als ze die niet kunnen overzien. Ik vraag Cem of hij alsjeblieft rechts wil rijden en dat doet hij keurig! Verdient zo zijn 10% fooi.
Morgen gaan we met 4 mensen in de hoteltaxi naar Thermessos, is veel goedkoper dan zelf een auto huren.

Donderdag 3 april. Om 9 uur gaan we met twee Engelsen uit het hotel en een chauffeur die alleen Turks spreekt naar Thermessos. Tocht van 35 km. De laatste 9 km is het een heel smal weggetje, ongeplaveid, de berg op. Ook deze chauffeur kan om de hoek kijken. Veel claxongebruik. Koeien, vrouwen, kippen, ezels, kinderen en auto's steken onverwacht de weg over, maar Allah moet ze beschermen, we zien niet 1 dood schepsel op de weg.
We worden in Thermessos losgelaten. Het is een grote ruďnenstad die in een keteldal ligt en waarschijnlijk zo'n 300 jr. na Chr. door een aardbeving verwoest is. Er is nog niets uitgegraven of gerestaureerd. Een deel is helemaal overgroeid, maar verder lijkt het of alles gisteren in elkaar is gestort. Een enkel bordje met een sumiere aanwijzing: Nog niet geďdentificeerde gebouwen, of: dit was het gymnasium.
We gaan op eigen houtje omhoog naar de enorme necropolis: stenen sarcofagen in de vorm van huisjes met soms nog een gaaf puntdeksel, maar de meeste (gedeeltelijk) kapot. We schatten de oppervlakte van de necropolis  op wel 200x500 m. Op de top staat een modern huisje en we klimmen er heen. Het is leeg. Op de bovenverdieping hebben we een magnifiek uitzicht. Aan de ene kant de besneeuwde bergtoppen en aan de andere kant de vlakte met de baai van Antalya. De lucht is stralend blauw, het is 25°C, alles is groen en vol bloemen, prachtig!
Bij de auto zit de chauffeur sinaasappels voor ons te schillen en hij heeft water bij zich.
Op de terugweg slaat hij opeens af een klein weggetje in, we hebben geen idee waar hij ons heenbrengt. Aangezien het pas 2 uur is en de tocht officieel tot 4 uur duurt, denken we dat hij zomaar wat rond gaat rijden, maar hij laat ons de Düdenwatervallen zien, heel bekend daar. Ze zijn ook mooi, het water stort met donderend geraas in een soort vijver waar je via grotten ook kunt komen en waar je bijna onder de watervallen staat. Watergordijnen waaien naar je toe.
Honger inmiddels. We kopen aan een stalletje een stuk stokbrood met geroosterd lamsvlees en salade. Heerlijk! Een complete maaltijd voor 80 cent.
Terug in de stad halen we geld en bespreken met Şaban wat we morgen gaan doen. Voor f 160.- gaan we in een Murat 131 met Cem Bay en Şaban de hele dag weg. Inbegrepen is een privéboot en een vaartocht van tenminste twee uur. Om 8 uur op pad.

We slenteren verder langs de oude haven, zitten onder de bomen op het straatterras en later boven in de theetuin waar we naar de zonsondergang kijken. Het is druk, maar we hebben geen toeristen gezien. Gepraat met 20 jongens, een schoolklas, die het kennelijk leuk vinden om om de beurt met hun Engels te pronken. We drinken weer çai uit de samowar, - de volgende keer rookt Anton vast een waterpijp, die kun je hier ook krijgen- en ik beloof de schoenpoetser gelek ödürün weer te komen, want hij heeft mijn schoenen perfect gepoetst, zeer consciëntieus. Eerst haalt hij de veters eruit en vet die in, vervolgens brengt hij de kleur aan met een kwastje en de was met z'n vingers, poetst uit met een borstel en wrijft na met een lap, en smeert nog olie aan de zijkant van de zool.  Hij heeft een prachtige antieke zwarte bak met grote koperen knoppen, doppen van schoensmeerflessen. Ik heb er met de neus bovenop gestaan, met zijn leenslippers aan. Genieten van zoiets moois. Bijna voor niks.
We komen bij de onderste moskee in het straatje van de tapijtverkopers. Anton gaat even binnen het hek kijken. Een paar mannen zijn bezig met de voetwassing. Ze drogen de voeten af met een schone witte zakdoek. Ik kijk met verwondering naar het opvouwen daarvan. Ze doen het allemaal op dezelfde manier. De zakdoek wordt in de lucht 1x gevouwen, dan nog 1x zodat hij een smalle strook is. Die wordt dan met twee handen strakgetrokken tegen de neuspunt gedrukt en dubbel gevouwen, en nog een keer tegen de neuspunt en dubbelgevouwen. Resultaat: een keurig vierkantje. Met witte sokken aan stappen ze in slippers die in een lange rij schuin tegen de moskeemuur klaarstaan en lopen naar binnen. Binnen trekken ze de slippers weer uit.
Een jonge man beduidt Anton dat hij het ook zo moet doen. Een bijzonder gezicht, Anton knielend met het gezicht naar Mekka. Ik kon het zien, omdat een tapijtverkoper zei, dat ik gerust binnen het hek mocht komen, maar tijdens de dienst niet in de moskee. De deur stond open en zo zag ik alles.

Vrijdag 4 april. Om 8 uur loopt Cem het hotelterras op, waar we het ontbijt bijna op hebben. We pikken in Antalya Saban op en rijden richting Finike. In Kumluka is markt en daar kijken we even rond. Şaban koopt voor onderweg banaantjes en groene dingetjes. Er zijn veel vrouwen, maar alleen op de grond zittend als koopvrouw, de kopers zijn mannen. Ik koop sinaasappels en rozijnen. Het lijkt net op de Boerenbond bij ons. Onderweg drinken we thee bij een kahve langs de weg en op het terras buiten gehoor van anderen hebben we een ernstig gesprek over politiek. (Cem kent geen Duits en zit binnen te donderjagen.)
De religieuze fanatici, de grijze w. zijn een groot kwaad en de oorlog tegen de Koerden is verschrikkelijk. We praten over die gw die ook bij ons in Nederland angst verspreiden en andere Turken terroriseren uit religieus en politiek fanatisme. In Antalya zijn ze gelukkig bijna niet (meer). Şaban praat fluisterend en kijkt steeds om zich heen. Zeer op z'n hoede.
We praten over het geloof. Volgens Ş. staat er in de Koran niets over de schepping. Moet ik thuis eens nakijken. ( nog steeds niet gedaan)
Hij vertelt over mysterieuze dingen die ook nu nog gebeuren, zoals onlangs in Antalya:
Een jong meisje is gestorven en begraven. Die nacht hoort haar vader roepen: Vader, redt me toch!!   Hij rent in zijn nachthemd naar het kerkhof. Haar graf is leeg. Een jonge doodgraver heeft in het donker het meisje uit het graf gehaald, gewassen en verkracht. Hoe kan die vader de stem van het meisje horen? Şaban is doodernstig. Er gebeuren dingen tussen hemel en aarde waar wij niets van weten. Lach er niet om!
We praten over materialisme en als een goed mens willen leven. Nogal ernstig gestemd gaan we weer verder.
Ş wil een Lykische ruďnenstad zoeken waar rotsgraven zijn. Hij weet niet precies waar het is. Hij bedoelt Lymyra. Het oude Myra. Na 4x vragen en een heel eind rijden over kleine weggetjes tussen sinaasappelplantages komen we er in de buurt. Er is een schooltje en de dorpsonderwijzer zal wel weten waar het precies is. Het lukt, het is net speelkwartier. Kleine jongens, zwarte bloesjes, witte kraagjes, staan verrukt te grijnzen omdat ze op de foto mogen en omdat het speelkwartier lekker uitloopt.
We komen bij de ruďnes en de graven. Overal staan bijenkasten, honderden! Een 'lappentent' staat erbij met iemand die het zwermen in de gaten houdt. Slechts 2 maanden per jaar, de vakantie van de universiteit, komen hier archeologen opgravingen doen. Er is al zoveel aan oudheden naar het buitenland verdwenen, dat de Turkse regering huiverig is om buitenlanders bij de opgravingen toe te laten. Het theater in Lymyra is dan ook nog maar zeer ten dele uitgegraven.

Ş vroeg of we zin hadden naar een bergdorp te gaan met een ongewone bevolking, Alevi's, of Alevieten. Deze mensen, twee dorpen zijn het, geloven aan Ali, de schoonzoon van Mohammed. Ze zijn altijd erg vervolgd om hun geloof- ze dulden namelijk geen overheersing. Een alevikop bracht vroeger 50 goudstukken op! Ze leven van bosbouw en van wat het bos verder oplevert. Schapen, forellen en kleine lapjes landbouwgrond zijn verdere middelen van bestaan. Geen toerisme. De vrouwen vieren samen met de mannen hun feesten en zijn vrijer dan vrouwen in het traditionele Turkije.
Ş is er al eens geweest en weet een kahve waar we dan kunnen eten. Als we er aankomen is het geen kahve meer en wonen er andere mensen. Een oud echtpaar met een dochter van 35, die drie kinderen heeft die niet thuis zijn. De man nodigt ons vieren onmiddellijk uit om onder de pergola boven de beek plaats te nemen. Hij poetst het tafelzeil blinkend schoon, want hij wil beslist dat we daar eten. Het is 12 uur en etenstijd.  Ş zegt dat het arme mensen lijken en dat ze ons gratis te eten willen geven. Maar dat wil hij eigenlijk niet want hij wil nog wel eens vaker weerkomen en dat kunnen die mensen niet opbrengen.
Hij geeft de oude man geld om 16 forellen en 2 broden te kopen. De in de beek gevangen forellen worden in vijvers in leven gehouden en daar moeten ze nu weer uitgevist worden.
We zitten met ons vijven gezellig te kletsen, de vier mannen en ik, tot de oude zegt, dat als ik me eenzaam voel, ik naar binnen kan gaan naar de beide vrouwen. Een duidelijke wenk!
Binnen zijn de vrouwen, allebei dik en met oranjerood geverfde strengen in het grijze en zwarte haar en gekleed in wijde pofbroek en hoofddoek. De jongere draagt die met een knoop in de nek, de oudste heeft een lange smalle zwarte sjaal om haar voorhoofd gebonden en die hangt op haar rug als een tweede vlecht.
Ze zijn heel lief voor me, al kan ik me bijna niet verstaanbaar maken. Ook zij hebben een mond vol gouden tanden. Ze beduiden me binnen te komen. Eerst ga ik vanuit de tuin een houten zes treden buitentrapje op, en dan is er een galerij die langs de lengte van het huis loopt en waar de deuren van de vertrekken op uitkomen.
De eerste deur is van de keuken. Ze koken op butagas. Er is water en elektriciteit.
De tweede deur is van een kamer. Langs drie zijden slaap/zitbanken, bedekt met kleden en kussens. Ik trek mijn schoenen uit en ga naar binnen. Ook de beschilderde houten vloer is bedekt met bonte kleden en een restjesloper tussen deze kamer en een die er achter ligt. Er staat een buffet vol glazen, schalen en ingelijste foto's. Alles achter glas. Bovenop staat een zilveren (?) schaal van wel 60 cm doorsnee, met erop een stapel droge pannekoeken van wel 40 cm. In de hoek, hoog tussen twee banken hangt een enorm portret van Khemal Atatürk. Op een plank eronder staan een paar beschilderde doosjes en 2 transistorradiootjes.
Met behulp van Turks op reis kan ik een beetje praten met de jonge vrouw. Hoe oud, kinderen, welk land, waar logeren, enz. dat gaat nog wel, maar als de jongere weggaat om te koken wordt het ingewikkelder, want de oudere vrouw vraagt aan één stuk door van alles en vindt het heel vreemd dat ik haar niet versta, ook al praat ze heel langzaam en d u i d e l ij k. We houden dan maar elkaars handen vast en glimlachen.
Ik kan nog wel vragen: tuvalet varnu, en dat heeft ze, buiten, een huisje met een betonnen vloerplaat met in het midden een lange smalle spleet. Simpel maar zindelijk. Een emmertje water erbij om je achterste te wassen ( dat hebben alle w.c.'s die we gebruikt hebben, een kraantje laag bij de grond met een bakje eronder bij de hurk- w.c.'s, of bij gewone zit- w.c.'s een slangetje in de  w.c.-pot met een kraantje buiten boord.) Ze wijst me water en zeep om mijn handen te wassen en geeft de handdoek aan.
Terug in de kamer krijg ik mierzoete thee op een zilveren blaadje. Daarna brengt ze nog twee kunstig geschilde en gesneden appels op een 'Delftsblauw' schaaltje. De steeltjes zitten er nog aan en de geschilde appels zijn in kleine partjes tot op het klokhuis ingesneden, ik kan ze er zó uitwippen. Dat is beschaving.
De oude vrouw gaat op een bedbank liggen en beduidt mij om ook te gaan slapen. Inderdaad slaap ik even. Ik voel nog wel dat ze een deken over me heen legt en ik hoor dat de buitendeur heel zacht dichtgaat.
Als ik wakker word, ben ik alleen. Ik ga naar buiten en zie dat de oude man net begonnen is met het schoonmaken van de forellen bij de oever van de beek. Hij is zeker wel een uur bezig geweest met het vangen en ophalen. Şaban stelt voor om een wandelingetje te maken naar het dorp, tijdens het schoonmaken en bakken van de vissen en het klaarmaken van de tafel.
Hij vraagt iemand uit een groepje mannen om mee te gaan- er komen daar geen toeristen en het is beter om samen met een dorpsgenoot het dorp in te gaan. Het is een man van tegen de dertig, die een beetje Duits kent. Hij heeft het twee jaar gehad op de middelbare school en nu volgt hij schriftelijke lessen van de universiteit van Ankara. We lopen tot boven het kerkhof. Alles ziet er fris en bosachtig uit, we zien kleine akkertjes tussen de bomen, komen langs een kalkbranderij. De man vertelt dat er in de dorpsraad alleen mannen zitten die tussen de 18 en 30 jaar zijn. Dat is iets typisch voor de twee alevi-dorpen. De oudste zoon komt in de raad- hijzelf was met 15 al familiehoofd geweest en kon daarom toen al in de raad komen.
Hij heet Özkan Bulut, de huisbaas Nehmet Kavaz en het dorp Gökbük Köyü- Groene Valleidorp. Terwijl ik lig te slapen, zijn er telkens mannen komen praten met Anton, Şaban, Cem, Özkan en Nehmet. Ze willen precies weten wat Anton doet, wat ze maken in de fabriek, hoeveel iemand in de fabriek verdient, wat hij overhoudt enz. Vooral de voorzitter van de dorpsraad vraagt het heel precies na.   Ze vinden het gemiddelde loon onvoorstelbaar hoog, ook nog na alles wat er af gaat. Şaban verdient bijvoorbeeld TL 80000 = f 320.- Ze weten dat bij hen heel veel dingen veel goedkoper zijn dan bij ons, maar het vergelijken van de hoeveelheden geld in het loonzakje blijft moeilijk.
Bij de voorlaatste rechtse regering was er elektriciteit in het dorp gekomen, bij de linkse regering daarna was het gewoon zo gebleven, maar bij de verkiezingen van '81/'82 uitgeschreven door de rechtse militairregering, was er druk op hen uitgeoefend: als de dorpsraad niet rechts stemde, dan zouden ze de elektriciteit weer verliezen. Ze hadden toen maar rechts gestemd. Ze hebben het niet gemakkelijk! Al lijkt het leven daar een idylle.

Als we terugkomen van de wandeling dekt Nehmet de tafel. Hij haalt een keurig schone krant van binnen en spreidt die uit. Daarop komen de 2 broden als stokbrood gesneden, 2 schalen met gebakken forellen, citroenen om ze te besprenkelen, een grote schaal met pannekoekbroden van het buffet, maar nu belegd met hete groentemassa waardoor ze slap geworden zijn en gevouwen kunnen worden. Je scheurt er een stuk af naar believen,  vouwt het op en smult ervan.    Er komt nog een schaal bij met rauwe fijngesnipperde preitjes, olijven, pepers, selderijstengels, peterselie, komkommer, sesamsaus, honingsaus en gekookte eieren. De familie eet niet mee, wij vieren zitten onder de pergola te smullen. Nehmet en de plaatselijke gids blijven er wel bijzitten maar de vrouwen blijven binnen.

We eten met de vingers zo van de schone krant. Alleen bij de schalen liggen vorkjes en een mes. Het is een godenmaal! Het eten is heerlijk gekruid, maar niet scherp. Er blijft genoeg over voor de familie- dat hoort ook zo. Na het eten wassen we onze handen in de beek. Zeep ligt al klaar in een holle steen. Boven aan het trapje naar de beek staat Nehmet al klaar met een handdoek en reukwater.
We betaalden via Ş. voor de maaltijd TL 4000, plus 5000 voor de vissen en de 2 broden. Forel is daar in verhouding ook duur. Voor 7 mensen een feestmaal voor iets meer dan f5.- per persoon. We vroegen Özkan of zijn dorp niet voor toerisme voelde. Jawel, maar er was zo weinig te zien. Of de mensen dan geen dingen maakten, kleden, sieraden, leerwerk, houtsnijwerk of zo iets wat ze aan toeristen konden verkopen. Nee, eigenlijk niet, maar zijn grootmoeder had nog wel iets in een kist- oude kleren en zo- dan konden ze die misschien verkopen. Ach.
Mensen die naar zo'n dorp komen, willen de sfeer proeven, bij de mensen logeren, bergwandelingen maken, rust.  Het is geen dorp voor bussen vol 'tetteme' mensen.
We nemen dankbaar afscheid van die aardige mensen. We zijn ervan overtuigd dat we net zo prima gegeten hadden (behalve de vissen dan) als we niets betaald hadden.
Özkan krijgt TL1000, f 4.-,  voor zijn uitleg en begeleiding.

Na dit bezoek rijden we naar Demre, vlak bij Myra, aan de kust. Şaban onderhandelt met de eigenaar van een motorboot over de prijs. TL 10.000 voor twee uur vindt hij veel te veel. Het wordt uiteindelijk TL7500 voor minstens 2,5 uur. Om vier uur steken we van wal. We moeten bij gebrek aan een steiger over scherpe lavastenen aan boord kruipen. De binnenboordmotor maakt een hels lawaai en de hele boot schudt.
We varen een enorme grot binnen door een heel nauwe opening. Een schuilplaats voor piraten vroeger. Algafzettingen in het water en op de wanden, vooral wit, rood, blauw en paars. Daarna varen we langs eilandjes met hier en daar een burcht naar een groter eiland met een verzonken stad uit de voorlykische tijd dus van voor 400 jaar voor Christus.
We zien half en helemaal ingestorte huizen onder water, trappen tot in het water, fundamenten onder water, rookkanalen en schoorstenen, aquaducten, en tegen de helling aan nog meer ruďnes, spookachtig en machtig interessant. Er zal wel een aardbeving of een zeebeving met een tsunami geweest zijn. De boot tjoekt wel een kilometer langs en over huizen en trappen. Dat een deel van de oude stad onder water staat, komt door de stijgende zeespiegel of dalende bodem. We lezen er niets over in de reisboeken  en nu in 2010 is de beschrijving op internet ook maar heel sumier. Is de Turkse regering bang voor roof en beschadiging? Het gebied is natuurlijk moeilijk te bewaken.

We varen verder naar een plaats op het vasteland die alleen over zee te bereiken is. Er gaat geen weg heen. Hoog op de rotsen staat een Saracenenburcht uit latere tijd, maar er is ook een Romeins minitheatertje, het kleinste ter wereld. Een exacte kopie van de grote theaters waar wel 15.000 bezoekers konden zitten, maar hier hooguit 100. Zo groot als een huiskamervloer. Magnifiek uitzicht over zee en eilanden.
Als we bij het theehuis aan land gaan, vraagt een vrouw of ik geborduurde hoofddoeken wil kopen. Ik beduid dat ik naar boven wil klimmen en ze dringt verder niet aan. Als we weer naar beneden gaan, worden we belegerd door een stel vrouwen die allemaal hoofddoeken willen verkopen. Ik laat me overdonderen en koop er één. Terug in het theehuis zie ik dat de jonge vrouw kwaad is. Ze gaat ook tegen Şaban te keer. Ik vraag natuurlijk wat er is. Ze schold op mij - hij verbetert snel: op de andere vrouwen!- omdat ik niet bij haar gekocht had. In de Dorpsraad is afgesproken dat ze niet opdringerig tegenover toeristen zullen optreden. Zij heeft zich daar keurig aan gehouden, maar de anderen niet en dat vindt ze geen stijl! Natuurlijk koop ik bij haar ook een doek, ze klaart helemaal op en de vrede is weer getekend. Ze wil best op de foto, even eerst de kauwgum uit de mond doen. Ze bindt de doek om mijn haar en heeft weer lol. Als we wegvaren zwaait ze nog lang.

Om half zeven zijn we weer bij de auto. Bij het terugvaren was het vrij koel, maar nu is het weer warm. We bekijken de Lykische gravensteden hoog tegen de rotsen. We lopen door geurende tuinen vol sinaasappelbomen en kassen met aubergines en tomaten. Dan naar Myra. Het graf van St-Nicolaas in zijn eigen basiliek bekijken we met het licht van een aansteker. Zijn gebeente is geroofd en ligt in Bari (Italië) Een paar botjes hebben de rovers laten liggen en die bevinden zich in het museum van Antalya.
In het donker rijden we naar Antalya. De eerste 15 kilometer gaat over een levensgevaarlijke kustweg. Geen meter recht en hoog boven zee klimmend, geen hekje of vangrail, mčt scooters zonder achterlicht, mčt geiten op de weg. We krijgen steeds meer vertrouwen in Cems rijkunst- hij reageert bliksemssnel- en we arriveren veilig om half 11 bij het hotel. We nemen afscheid van Şaban en Cem, ze zijn bijna vrienden geworden in deze drie dagen.
De keuken is allang dicht maar er wordt nog een heerlijke maaltijd op tafel getoverd.

Zaterdag 5 april. We wandelen naar Lara Plaj. Het is een nieuwe nederzetting met vakantiehuizen tot 4 verdiepingen en hotels. Al wel op hoogte maar nog niet afgewerkt. Internationale stijl, niks Turks aan. We lopen in de richting van de minaret die we vanuit het hotel kunnen zien. We vinden hem bij een paar winkeltjes en een kahve.  We drinken wat en willen over dezelfde grote weg teruglopen. Een man gebaart dat er een korter voetpad is, en of we dat willen. We lopen langs een huis waar wij geen pad gezien hebben. Achter dat huis zitten wel 20 mannen als op een caféterras. We lopen verder over een kronkelend paadje tussen groentetuinen en kassen door en zijn met 5 minuten al weer bij het hotel. In de tuinen hebben we alleen maar vrouwen zien werken, vast en zeker de vrouwen van die 20 kerels.
Het wijzen van dat pad is wel een voorbeeld van de vriendelijke aandacht van de mensen. Nog een voorbeeld: Bij de w.c.'s in 't stadspark wijst een man bijna onmerkbaar maar heel duidelijk waar de dames- wc is.  

Een paar herinneringen:
's Middags gaan we naar het stadspark. We praten met een vrachtwagenchauffeur + vrouw en dochtertje. Hij kent redelijk Duits. Rijdt door heel Europa en het Midden-Oosten. Komt al 15 jaar in Duitsland. De verhouding met Duitsers is matig. Hij had zijn woning geruild met een Duitser. De Duitser had 3 weken in het huis van de Turk gewoond, gratis. Andersom moest de Turk vooruit de bijkomende kosten betalen. Niet het bijbetalen, maar het vooruit bijbetalen was zeer grievend voor Turken. 

In de straat met de eethuisjes hebben we een ontmoeting met een ±20-jarige man. Had 15 jaar in Duitsland gewoond, was 2 jaar terug. Woonde in Idar-Oberstein, was daar naar school geweest. Tijdens de schooltijd is het net of Duitsers je vrienden zijn, maar direct daarna ontstaat er een enorme kloof. Natuurlijk vanwege concurrentie op de arbeidsmarkt. Duitsers groeten dan zelfs hun oude klasgenoten niet meer. Dat had hem erg gekwetst. Toch wilde hij weer terug, want in Antalya was niks te beleven. Alleen een disco voor toeristen. Hij hielp nu zo'n beetje een vriend die hielp in een eethuis. We gaan daar eten en hij gaat heel bescheiden weg. Als we het ophebben komt hij weer even praten. Hij is gewoon aardig, niet opdringerig.

In het tapijtverkopersstraatje  vraagt een jonge man beleefd of we Engels spreken. Hij heeft op school Engels en economie gehad en is nu bijna afgestudeerd in die vakken bij de Open Universiteit in Ankara. ( de tweede al die dat doet waar we dat van horen) en als hobby is hij pasgeleden met een kledingwinkeltje begonnen. Nu merkt hij dat hij beter Duits had kunnen leren, want Duitsers komen er veel meer dan Engelsen. Als we zeggen dat we geen Duitsers maar Hollanders zijn, wordt hij nog vriendelijker, zijn Darling komt uit Deventer en volgende week komt ze voor een half jaar bij hem. Geweldig dat we daar dichtbij wonen! Of we toch niet even binnen willen komen om zijn boekhouding en kamertje te zien. Hij is echt apetrots. Vertelt over zijn geboortestad Pammukele, geeft ons 16 kaarten cadeau. Zijn naam is ......... Djengis Khan en nog wat, één broertje heet Attila en een ander Khemal, naar Atatürk. Dat vindt hij leuk gedaan van zijn ouders.

Op de trappen bij de haven ontmoeten we een dame van 40/45 jaar, chic en knap, met haar dochter van 17. We hoorden ze Duits praten en je verwacht niet een Turks meisje 'Mutti!' te horen roepen. Ze zijn pas een paar maand terug uit Duitsland. Vader was 15 jaar onderwijzer aan een Turkse school daar geweest. Hij had 2x een hartinfarct gehad en was afgekeurd. Door niet sluitende regelingen waren ze bijna zonder geld teruggegaan naar Turkije. De meerderjarige dochter had niet meegewild en die stuurde nu geregeld geld.
De 17-jarige had na 2 jaar Realschule van school gemoeten en had nu een baantje op een reisbureau. Ze vond het afschuwelijk in Turkije! Ze was zo de vrijheid gewend in Duitsland en nu deugde er niets van wat zij en haar moeder droegen, deden, zeiden. Alles werd bekletst. Ze was 2 maanden niet van haar kamer afgeweest. Ze was kwaad op haar ouders omdat ze niet eerst de school had mogen afmaken. Ze sprak gebrekkig Turks en was helemaal verduitst. Turkije was alleen fijn voor toeristen.
De moeder vertelt dat ze in Lara een tuin hebben geërfd. Daar kweken ze nu groenten. Als we eens weer komen, moeten we maar in hun huis komen wonen, dat is veel goedkoper dan een hotel. We hebben hun adres gekregen en ik heb Pisah beloofd om haar te schrijven, in het Duits!

Ik had de schoenpoetser in het park beloofd om een keer weer te komen. Dus schoenen uit en op zijn slippers naar de theetuin. Naast ons die schoolklas waar ik al iets over schreef. Éen van die jongens geeft me een vol zakje zonnebloempitten. Turken eten die de hele dag, overal liggen de uitgespuwde bastjes. Vanachter de samowar bekijken we de zweefmolen in het park. Stoeltjes starten vanaf een platform boven de hoofden van de mensen. Omdat Anton geen 200 lira bij zich heeft, ga ik met een briefje van 500 lira terug naar de schoenpoetser. Hij stopt het als vanzelfsprekend in zijn zak. Ik zeg too much!  Hij geeft me even onverstoorbaar 200 terug. Nog wel iets te weinig, maar hij had wel een kwartier gepoetst en ik had zijn slippers gebruikt. Lamaar.

We wachten tot de zon achter de bergen ondergaat. Om ons heen alleen maar Turken, gelurk aan een waterpijp, het zingen van het water in de samowar, binnen Turkse muziek uit de tv-zaal, giechelende  meisjes achter eindeloze cola, - uren kun je zo zitten, kijken en luisteren. Om 9 uur het laatste avondeten in het hotel. De laatste yakut, we hebben de hele voorraad opgemaakt.

Om half 5 worden we gewekt, om 5 uur ontbijten we en om kwart voor zes komt de Düdenchauffeur ons ophalen met zijn dolmuş. We praten weer Duits, maar op een gegeven moment zeggen we dat we Nederlanders zijn. Of we Enschedé en Winterswijk kennen. Hij was in Coesfeld Schneider geweest en ze gingen dan in Enschedé of Winterswijk boodschappen doen.

Op het vliegveld 5x in een rij wachten, elk zeker een kwartier. Ik val bijna flauw. Dan krijgen ze haast: snel doorlichten, pascontrole en bagage inchecken - mijn koffer ging door hun gejaag bijna naar Bodrun-, snel snel ticketscontrole en gate. Dit is idioot. Het eerste vliegtuig misten we, om 8 uur ging het tweede. We vlogen over Lara. In Istanbul moeten we overstappen, maar nu gelukkig zonder extra in- en uitchecken. Istanbul-Schiphol in een gloednieuwe Airbus. Laffe hap aan boord. Zeker na het heerlijke eten deze week.
Anton gaat even naar de WC en ik begin vast te eten. Opeens hoor ik zijn stem via de boordradio Thank you- thank you very much!
Is het hem verdorie weer gelukt om in de cockpit te komen en met de piloten te praten! Dat ken ik. 
Op Schiphol is het ijzig koud, harde wind, 6°C. Grote overgang. Gegeten in Javaans restaurant. Einde Turkije reis.
Türkye teşekkür ederim!!

Naschrift.
Een paar keer schrijf ik met Pisah in het Duits. De tijd tussen de brieven wordt steeds langer. Ze blijft zich ongelukkig voelen en denkt erover terug te gaan naar Duitsland om bij haar zus te gaan wonen. Ik weet niet of ze het gedaan heeft.
Ik schrijf een bedankbrief aan de familie Nehmet Kavaz voor hun vriendelijke ontvangst. Ik neem aan dat ze de Duitse brief wel aan Özkan laten lezen voor een vertaling.
Ik schrijf aan Özkan om hem ook te bedanken en zeg hem dat ik ook een Duitse brief aan Kavaz gestuurd heb.
Hotel Lara stuurt ons het briefje na, waarin de mensen van de taxi ons uitnodigen om hun nieuwe huis te komen bekijken en te komen eten. Het werd bezorgd in het hotel toen we net vertrokken waren. We sturen een bedankkaart.

Ik zocht op internet of ik iets kon vinden over Şaban A. Ik heb sterk de indruk dat hij al 2 jaar dood is. In april 2008 hebben soldaten van het regeringsleger meer dan 20 Koerdische guerillastrijders  gedood bij een grote aanval. Er waren 4 senior PKK leiders bij, waaronder een Saban A...
Er staan veel mensen met die naam op internet. Die zijn het allemaal niet, behalve misschien deze: Geboren 1954, zou kunnen. Was dan in 1986  32 jaar en in 2008 54. Senior leider zou ook best kunnen. Hij was heel politiek bewust en tegen de rechtse regering.  Hij had contacten met de Alevi's, ook mensen die tegen de regering waren.